dinsdag 20 juni 2017

Van patiëntgericht naar klantgericht is 1 vraag

Patiënten worden door ziekenhuizen vaak te snel naar huis gestuurd waardoor ze in tien procent van de gevallen binnen dertig dagen weer opgenomen moeten worden. Betere communicatie aan het bed kan veel onnodige heropnames (met alle problemen en kosten van dien) voorkomen.


1 op de 10 patiënten, vooral 70-plussers, ligt na ontslag binnen 30 dagen weer in het ziekenhuis. De patiënt kan volgens de arts naar huis, maar men vraagt vaak niet of dat eigenlijk wel kan. Hierdoor worden veel patiënten 'te snel' naar huis gestuurd.

Dat concludeert Louise van Galen van VUmc naar aanleiding van haar internationale promotieonderzoek. Ze bekeek de situatie van 1.400 patiënten (heropnames) uit vijftien ziekenhuizen in binnen- en buitenland.

Er wordt ook niet altijd naar de patiënt geluisterd wanneer zij vertellen dat ze nog niet klaar zijn voor ontslag, zegt Van Galen: "Als een patiënt thuis de trap niet op kan komen, kan het weer misgaan. Wanneer de arts op de hoogte is, kan hij zorgen dat er een bed op de begane grond wordt geplaatst".

Jaarlijks worden er 1,7 miljoen Nederlanders in het ziekenhuis opgenomen, waarvan 10 procent binnen een maand na ontslag weer terugkeert. Door betere communicatie aan het bed denkt Van Galen dat circa 50 procent van deze heropnames voorkomen kan worden. Tel uit je winst!

Actief patiënten betrekken bij hun ziekteproces gedurende de opname, en bij het ontslag simpelweg aan het bed vragen of zij klaar zijn naar huis te gaan, zou al een stap in de goede richting kunnen zijn, aldus de onderzoekster. Of zoals de Gelderlander schrijft: “Heropname kan vaak voorkomen met een simpele vraag van de dokter: Mevrouw, kunt u eigenlijk wel naar huis?”

Kortom, het verschil tussen patiëntgericht en klantgericht denken is precies 1 vraag. Ontdek de mens achter de patiënt en je kunt echt het verschil maken.

By the way: deze problematiek kwam mooi in beeld in de TV-uitzending van 'Anita wordt opgenomen' over de afdeling Geriatrie van het Albert Schweitzer Zienkenhuis in Dordrecht.

Bron: VUmc.nl, Nu.nl, Gelderlander.nl, juni 2016.



vrijdag 16 juni 2017

5 boeken die het lezen waard zijn

De afgelopen tijd heb ik tientallen managementboeken over tal van onderwerpen met veel plezier gelezen en gerecenseerd. Het was lastig om een top drie van beste boeken te selecteren. Vandaar dat het 5 boeken zijn geworden, in willekeurige volgorde, die het lezen zeker waard zijn.


1. Boonstra

In dit boek vertelt reclameman Martin Bik het verhaal van Cor Boonstra. Eén van Nederlands meest besproken, meest succesvolle en meest verguisde topmannen uit het Nederlandse bedrijfsleven. Op zoek naar een mogelijke verklaring van het succes, de rol van zijn vader en het ouderlijk nest daarbij en de belangrijkste lessons learned voor volgende generaties. Een boeiend en leerzaam levensverhaal met ‘19 lessen uit het leven van Nederlands meest dwarse CEO’.
Lees mijn volledige recensie of Ga direct naar het boek Boonstra.

2. De kracht van het paradijs

Het is een minder vrolijk beeld dat Jonathan Holslag schetst in De kracht van het paradijs. Europa heeft het op vele terreinen moeilijk en dreigt op het wereldtoneel verder achterop te raken. Vooral door de opkomst van Azië, onder aanvoering van grootmacht China, en de veranderende prioriteiten van de VS. Gelukkig laat Holslag in het boek ook zien hoe Europa kan overleven in de Aziatische eeuw.
Lees mijn volledige recensie of Ga direct naar het boek De kracht van het paradijs.

3. Winston Churchill – Vader van Europa 

Na de opvallende Brexit is het des te verrassender om te lezen dat Engeland, in de persoon van de legendarische staatsman Sir Winston Churchill, de grote aanjager is geweest van de Europese eenwording. Churchill wist kort na de tweede wereldoorlog namelijk één ding zeker: een verenigd Europa is de enige manier om een vredig en veilig Europa te creëren. Een leerzaam kijkje in de EU-geschiedenis, geschreven door de jonge Nederlands-Amerikaanse historicus Felix Klos.
Lees mijn volledige recensie of  Ga direct naar het boek Winston Churchill.

4. Vroom en Dreesman 

Op 31 december 2015 gaat warenhuis V/D samen met La Place failliet. 129 jaar nadat de heren Willem Vroom en Anton Dreesmann in Amsterdam besluiten hun krachten te bundelen, komt er een einde aan dit iconische merk (1887-2016). Een merk waar iedere Nederlander mee is opgegroeid. Wat ging er nu eigenlijk mis? Philippe Hondelink en Richard Otto schreven dit boeiende en soms verrassende verhaal over de opkomst en ondergang van het warenhuis.
Lees mijn volledige recensie of Ga direct naar het boek Vroom en Dreesman.

5. Hoe agile is jouw strategie?

Wendbaarheid is een van de topprioriteiten van bestuurders, directeuren en managers. Daarom vul ik voorgaande lijst graag aan met mijn boek Hoe agile is jouw strategie? over snel en wendbaar ondernemen in de 21e eeuw. Dit boek is genomineerd voor de PIM Marketing Literatuurprijs 2016 en opgenomen in de voorselectie van Managementboek van het Jaar 2017.
Lees enkele uitspraken over mijn boek of  Ga direct naar het boek Hoe agile is jouw strategie?


Ik wens je veel leesplezier!
Sjors van Leeuwen


Bonustip: Het innovatiedoolhof 

Misschien mag het Managementboek van het Jaar 2017 niet in zo'n lijst ontbreken. Vandaar deze bonustip. Want nog steeds mislukt het merendeel van alle nieuwe producten, diensten en oplossingen. Veel bedrijven worstelen met innovatie en hoe ze een succesvol innovatietraject kunnen opzetten. Voor hen is er nu Het innovatiedoolhof van Gijs van Wulfen. Met veel voorbeelden, figuren, checklisten, sjablonen en cases. Handig om te kunnen ontsnappen uit het innovatiedoolhof.
Lees mijn volledige recensie of Ga direct naar het boek Het innovatiedoolhof.


PS: hier vind je op Managementboek.nl een overzicht van alle boeken, met mijn recensies, die ik de afgelopen jaren heb gerecenseerd voor Managementboek.nl.



zaterdag 10 juni 2017

Technologische revolutie komt eraan

De komende jaren staat ons veel te wachten want de technologische revolutie staat op doorbreken. Kunstmatige intelligentie (AI) wordt de nieuwe user-interface en vraag en aanbod spelen zich steeds meer af op platformen en ecosystemen. Accenture zette de belangrijkste trends op een rij.


Technologie Visie 2017
Bekijk in het kort de Accenture's Technology Vision 2017:


Technology Vision 2017 - Overview from Accenture Technology 

Meer technologische visies en trends
Ken jij meer interessante presentaties, artikelen of video's over de technologische revolutie, laat het weten!




woensdag 7 juni 2017

De kracht van platformstrategie

Platforms zijn de nieuwe multinationals. Denk aan Amazon, Airbnb, Uber en Facebook. Bedrijven moeten mee in deze platformontwikkeling om te kunnen overleven. Het is buigen of barsten. Dat schrijft Cor Molenaar in zijn boek De kracht van platformstrategie.


De kracht van platformstrategie
Cor Molenaar is Buitengewoon Hoogleraar eMarketing aan de RSM/Erasmus Universiteit. Hij schreef eerder al een groot aantal boeken over de ontwikkelingen in retail zoals Het nieuwe winkelen (2009), Red de winkel (2012) en Kijken, kijken….anders kopen (2014). Zijn nieuwste boek ‘De kracht van platformstrategie’ borduurt daar op voort.

(Niet te verwarren met het boek ‘De kracht van platformen’ van futuroloog Maurits Kreijveld uit 2014. Hij schreef eerder ook al het boek de 'Plug-and-Play organisatie').

Buigen of barsten
De Kracht van platformstrategie – Het is buigen of barsten, gaat over nieuwe manieren om klanten en aanbieders bij elkaar te brengen. Want zo vraagt auteur zich af: ‘als mensen hun spullen niet meer in de (web)winkels kopen en hun hotelkamer niet meer rechtstreeks bij het traditionele hotel boeken, hoe zorg je er dan voor dat jouw producten en diensten gevonden en gekocht worden?’.

De vraag stellen is hem beantwoorden en dat doet Cor Molenaar: retailers moeten gebruik maken van bestaande platforms en als die platforms in jouw branche nog niet bestaan, er zelf één bouwen. Noodzakelijk volgens de auteur want nieuwe toetreders zoals Alibaba, Uber, Etsy en Airbnb baseren hun businessmodel op een platformstrategie waarmee ze veel markten ‘disrupten’ (opschudden).

Overzicht van soorten platformen 
Het boek begint met een overzicht van soorten platformen: éénwegplatformen, tweewegplatformen en multidimensionale platformen. De focus van de auteur ligt vooral op de tweewegplatformen met actieve interactie tussen vragers en aanbieders. Zo’n tweewegplatform heeft sterke functies voor communicatie, analyse en matching van vraag en aanbod door middel van behoeftefilters. Voorbeelden van dit soort tweewegplatformen zijn Uber, Airbnb en AliExpress.com.

Indelingen van platformen 
Daarna volgt de inleiding met o.a. de definitie van platform, namelijk: ‘online ontmoetingsplaats voor gelijkgestemden (communicatieplatform, zoals Facebook), of voor aanbieders en vragers (transactieplatform, zoals Airbnb) of informatieplatform zoals Google’. Later in het boek komen we nog andere indelingen tegen zoals open en gesloten platformen, digitale, analoge en gemengde platformen, oude en nieuwe platformen en integratie-, investerings-, research- en innovatieplatformen.

Van doing digital naar being digital 
In de inleiding introduceert de auteur ook de begrippen ‘doing digital’ en ‘being digital’. Bij doing digital passen bedrijven digitale mogelijkheden toe binnen bestaande processen en structuren. Bijvoorbeeld het openen van een webshop. Bij being digital is de bedrijfsstructuur gebaseerd op de digitale mogelijkheden en dat geldt voor platformbedrijven als Amazon, Airbnb en al die anderen. Dit soort platformen zijn volgens de auteur vooral succesvol als er sprake is van frictie in de supply chain en als er sprake is van een klassieke structuur in de markt, bij bestaande aanbieders.

Zes hoofdstukken 
Achtereenvolgens komen in het boek in zes hoofdstukken verschillende aspecten aan bod. Zoals de opkomst, mogelijkheden, structuur, functies, randvoorwaarden en succesfactoren van een platform, het veranderende koopgedrag van consumenten, de strategische keuzes van bestaande organisaties en de impact van de platformstrategie op organisaties in verschillende sectoren zoals retail, overheid, gezondheidszorg en toerisme. Als laatste worden enkele technologische ontwikkelingen aangestipt  (zoals blockchain, internet of things) die de disruptie zullen versnellen. Ieder hoofdstuk sluit af met een conclusie, samenvatting en praktijkvoorbeeld.

Grote veranderopgave 
Het zal duidelijk zijn dat de veranderopgave groot is, zeker om van doing digital naar being digitaal te gaan, en daarvoor een strategie te ontwikkelen. Vaak is een disruptieve stap een te grote stap voor een organisatie en is een incrementele benadering aan te bevelen, aldus de auteur. De auteur introduceert daarvoor het ‘driving forces’ model. Hierbij wordt gekeken naar doorslaggevende interne en externe krachten om de strategie en toekomst van de organisatie vorm te geven. Met extra aandacht voor de marktsituatie, propositie, veranderend klantgedrag (koopmotieven) en sterke punten van de organisatie.

Voor bestaande bedrijven kan dat tot vier strategieën leiden: lage prijsstrategie door lagere kosten, zoeken naar nieuwe inkomstenbronnen (edge strategie), aanpassen businessmodel of platformstrategie.

Wat opvalt bij deze aanpak is dat de huidige markt en organisatie als uitgangspunt worden genomen. Dit terwijl platform-gamechangers als Apple, Facebook en Amazon niet zozeer uitgaan van ‘markten’ en de bestaande situatie, maar continu vooruit kijken naar de toekomst om van daaruit terug te redeneren naar de stappen die nu genomen moeten worden.  

Compact boek
De kracht van platformstrategie is een compact boek dat in hoofdlijnen de werking en commerciële impact van (de verschillende soorten) platformen beschrijft. Of zoals de auteur aangeeft: ‘platformen zorgen voor consolidatie van het aanbod, voor sterke netwerkeffecten in het voordeel van aanbieders en vragers, voor nieuwe structuren en een kostenverlaging’. Wat betreft de auteur is het ‘buigen of barsten’ want afwachten kan wel eens leiden tot ‘niet meer meedoen’.

Soms lastig te volgen
De auteur schrijft in zijn voorwoord dat de platformstrategie lastige materie is en dat het een uitdaging is om deze toegankelijk te verwoorden. De auteur is daarin niet helemaal geslaagd. De schrijfstijl lijkt op spreektaal en dat leest minder, de tekst bevat veel herhaling en de structuur van het boek biedt weinig houvast. Op verschillende plaatsen in het boek worden verschillende soorten platformen vanuit verschillende invalshoeken aan de hand van verschillende begrippen en voorbeelden beschreven en dat maakt het vaak niet inzichtelijker. Ook wordt regelmatig beschreven hoe ‘disruptieve nieuwkomers’ als Action, Primark, Zara en H&M hele supply chains hebben veranderd, maar dit zijn succesvolle bedrijven die juist niet of nauwelijks gebruik maken van de (tweeweg) platformstrategie.

Toch interessant 
De voorbeelden van Action, Zara en vele anderen laten zien dat het zonder platformstrategie nog steeds kan en niet iedereen kan en wil een nieuwe multinational zijn of worden. Toch is De kracht van platformstrategie een interessant boek. Een bekend marketinggezegde luidt immers: ‘wees daar waar je klant is’ en dat is steeds vaker op platforms. De kracht van platformstrategie biedt veel informatie, geeft een kijkje in de platformkeuken en als je het boek koopt krijg je de e-bookversie er gratis bij.


Deze recensie is gepubliceerd op Managementboek.nl. Het boek De kracht van platformstrategie is te koop op Managementboek.nl.

PS: meer over platformen lees je in mijn LinkedIn-blog Het geheim van succesvolle platformen.



dinsdag 6 juni 2017

Online marketing inspiratie (in de zorg)

Het vakblad Emerce heeft recent weer zijn gesponsorde jaarboek uitgegeven, de E+Guide. Boordevol trends, praktijkvoorbeelden en inspiratie op het gebied van online marketing, ook in de zorg.


Online marketing inspiratie in de zorg

Zoomen we in op de zorg, dan staan in de E+Guide 2017 de volgende zorgvoorbeelden, ter lering, vermaak en inspiratie:

  • De website Solvo.nl is een nieuw e-healthplatform van de initiatiefnemer van huizensite Funda, om zelf de juiste (verzekerde) zorg te kunnen zoeken in jouw buurt: www.solvo.nl. De zorgconsument neemt het stuur in handen.
  • Met de app Mijn U-center kunnen clienten van de GGZ-aanbieder U-center zelf de regie pakken over zijn of haar behandeling: www.betawerk.nl/u-center. UMC Utrecht deed iets vergelijkbaars en ontwikkelde de Happi-App waarmee HIV-patienten meer grip krijgen op het zieketeproces. 
  • Het Rode Kruis lanceerde een gratis EHBO-app en een reanimatie-app voor de Apple Watch. Zodat iedereen weet doen wat hij of zij moet doen bij een ongeval. Cliniclowns lanceerde ook een speciale Cliniclowns app waarmee zieke kinderen kunnen chatten en videobellen met een clown.
  • Voor een betere ondersteuning van psychisch zwakkeren lieten het Fonds Psychische Gezondheid/Korrelatie en het Landelijk Platform GGz het digitaal platform MIND ontwikkelen met drie doelgroepportals: MIND Blue, MIND Young en wijzijnMIND.nl. Voor elke doelgroep een platform met als hoofddoel vinden, niet om te zoeken.
  • Meer welzijn dan zorg, dat is Quiet. Het magazine Quiet gaat over (onzichtbare) armoede als tegenhanger van het magazine Quote over (zichtbare) rijkdom. Nu is er ook de Quiet Community, winnaar in 2016 van de Gouden DIA voor 'Best Community'. 
  • Veel zorg- en goede doelenorganisaties hebben hun website vernieuwd. Zo ook de JP van den Bent Stichting, het fusieziekenhuis Haaglanden MC en Unicef die met hun nieuwe websites de verschillende doelgroepen nog beter willen bedienen.
  • Om de redzaamheid van ouderen te versterken is er nu de website Voorouderen.nl. Een initiatief van De Bilthuysen UITbureau voor ouderen. Ouderen kunnen hier terecht voor diensten zoals maaltijden, ontmoetingen, uitjes, etc.
  • Van zorg naar gezondheid, gezonde leefstijl en bewegen en fit voelen. Zilveren Kruis lanceert het Actify-leefstijl-platform met o.a. de MaaltijdMatch-app. Nutrica ontwikkelden een nieuw kennisplatform voor professionals over de belangrijke eerste 1000 dagen van een kind en ontwikkelde een game. Voor beweeginspiratie kun je kijken naar de nieuwe website van de sportclubketen Basic-Fit.    

Op de website Eguide.nl staan meer dan 2300 korte praktijkcases met meer dan 150 praktijkcases over gezondheidszorg en medicijnen.

Ken jij nog meer inspirerende online (zorg)marketingvoorbeelden? Laat het weten!

Bron: Emerce.nl, Emerce E+Guide 2017.



maandag 5 juni 2017

Participatiesamenleving is niet maakbaar

We zitten in de omslag naar een 'participatiemaatschappij'. Mensen moeten meer zelf doen en meer samen doen. Vadertje Staat trekt zich terug en wil alleen nog maar het hoogst noodzakelijke doen. Maar willen, weten en kunnen Nederlanders wel als het om maatschappelijke participatie gaat? De participatiesamenleving is misschien minder maakbaar dan gedacht.


Enkele bevindingen over de participatiesamenleving op een rij:

Nederlander twijfelt over participatie


Nederlanders hebben grote twijfels over de participatiesamenleving. Een meerderheid (75%) vindt dat de overheid haar eigen verantwoordelijkheden heeft en deze niet kan afschuiven op de burgers. Dit blijkt uit het onderzoek ‘Solidariteit in Nederland’, dat verzekeraar Achmea in 2015 liet uitvoeren door marktonderzoeksbureau GfK.

In het organiseren en waarborgen van solidariteit wordt de overheid nog altijd als belangrijk ervaren. 71% van de bevolking vindt de overheid onmisbaar voor de solidariteit tussen sterken en zwakken. Bijna drie op de vier Nederlanders (74%) vindt dat de overheid moet zorgen voor zorg en huisvesting van ouderen. Ook vinden mensen dat men zelf moet sparen voor de oude dag (71%). Nederlanders voelen zich in de eerste plaats solidair met wie ze zich verwant voelen. Men is vooral solidair met familie en vrienden, anderen volgen op afstand. Opvallend daarbij is dat mensen zich over het algemeen veel meer solidair voelen met ouderen (70%), dan met jongeren (39%).

Burger kan wel wat hulp gebruiken


Mensen hebben moeite met zelfregie 
De vele burgers-helpen-burgers initiatieven zoals WeHelpen en WijZelf komen op een goed moment. Dat blijkt uit recent onderzoek van kennisinstituut Nivel. Een op de twee Nederlanders (50 procent) heeft moeite om zelf de regie te voeren over gezondheid, ziekte en zorg. Het ontbreekt hen aan kennis, motivatie en zelfvertrouwen. Drie op de tien volwassen Nederlanders (30 procent) beschikt over ONvoldoende functionele lees- en rekenvaardigheden en onvoldoende vermogen om (gezondheids-)informatie te vinden en te verwerken.

Uit eerder onderzoek van het Nivel kwam een vergelijkbaar beeld naar voren: ongeveer 25 procent van de ouderen heeft voor zijn gevoel weinig ‘regie’ over zijn eigen leven en verwacht dat het op eigen kracht niet zal lukken lang ‘zelfredzaam’ te blijven. Nivel spreekt in dit verband over vier groepen ouderen: Pro-actieve Oudere (46%), Zorgwensende Oudere (28%), Machteloze Oudere (16%) en de Afwachtende Oudere (10%).

Zelfredzaamheid naar vermogen
Dat veel burgers kampen met een gebrek aan zelf organiserend vermogen blijkt ook uit de grote schuldenproblematiek. Grofweg een op de drie huishoudens puzzelt elke maand hoe ze de rekeningen moeten betalen. Deskundigen pleiten voor 'zelfredzaamheid naar vermogen'. Want mensen hebben nu eenmaal verschillende capaciteiten en vermogens. De een kan goed omgaan met geld en de digitale kennis die daar tegenwoordig bij hoort en voor de ander is het heel ingewikkeld. Voor de een is het bijhouden van een boekhouding een fluitje van een cent, voor mensen die van verschillende inkomensstromen afhankelijk zijn is het heel ingewikkeld. Mensen snappen al doe ingewikkelde brieven niet en raken het vertrouwen kwijt.

Het draait om doen- en denkvermogen
De overheid heeft vaak een te rooskleurige kijk op de zelfredzaamheid van burgers op het gebied van gezondheid, persoonlijke financiën en de arbeidsmarkt. Dat constateert de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) in het rapport 'Weten is nog geen doen. Een realistisch perspectief op redzaamheid' uit 2017.

Naast denkvermogen is ‘doenvermogen’ minstens zo belangrijk om aan de hoge eisen van de participatiesamenleving te kunnen voldoen. De WRR wijst in dit verband op het belang van niet-cognitieve vermogens, zoals een doel stellen, in actie komen, volhouden en om kunnen gaan met verleidingen en tegenslag. Kennis en intelligentie alleen zijn niet genoeg voor redzaamheid, aldus de WRR. Ook mensen met een goede opleiding en een goed inkomen kunnen in moeilijkheden komen, omdat ze even niet opletten of zaken voor zich uitschuiven. Dat geldt zeker op momenten dat het leven tegenzit, zoals bij een echtscheiding, faillissement of ontslag. En soms is het juist de overheid die mensen minder redzaam maakt, omdat ze onvoldoende rekening houdt met verschillen in het "doenvermogen" van burgers.

Toegespitst op het gezondheidsdomein blijkt dat de mondigheid en besluitvaardigheid van burgers vaak onder grote druk komen te staan, wanneer ze van een gezond persoon in een patiënt veranderen. Mensen zijn in zo'n geval vaak bang, deze angst is één van de factoren die er toe leidt dat ze de helft van de informatie in de behandelkamer vergeten.

Burgers zijn niet zo zelfredzaam als gewenst en gedacht
Tot deze conclusie komt een team van sociale wetenschappers dat in 2015 langdurig onderzoek deed in zes gemeenten naar de gevolgen van de decentralisatie, het overhevelen van jeugdzorg, delen van langdurige zorg en arbeid naar gemeenten.  De onderzoekers constateren dat het ideaal van de zelfredzame burger breed wordt gedeeld. Iedereen gelooft erin, niet alleen politiek Den Haag en beleidsmakers, maar óók hulpverleners in en buiten wijkteams. Maar de hulpverleners handelen niet naar dit ideaal. Juist niet-zelfredzame burgers kloppen bij de wijkteams aan. Professionals moeten een beroep doen op de kring om de cliënten heen, maar lang niet altijd is er zo'n sociaal netwerk van familie en vrienden. En als die mensen er wel zijn, dan moeten ze niet zelf bijna overspannen zijn van de hulp die ze al bieden. Vereiste is ook, dat familie en vrienden de capaciteiten hebben om te helpen; de lamme heeft niks aan de blinde. In het kort de bevindingen: (1) Iedereen gelooft in zelfredzaamheid, naast de politiek ook hulpverleners. (2) Maar hulpverleners handelen er niet naar, blijkt uit onderzoek van wetenschappers. (3) Hulpbehoevenden willen hun familie niet belasten.

Burgers hebben groot sociaal netwerk
Bijna iedereen in Nederland kan bij familie en vrienden terecht voor hulp bij financiële of persoonlijke problemen. Dat concludeert CBS in 2015 naar aanleiding van onderzoek naar het functioneren van sociale netwerken in Nederland. Slechts een te verwaarlozen percentage zegt op niemand een beroep te kunnen doen bij problemen van persoonlijke of financiële aard. Bijna een derde van de 65-plussers vraagt dan niet om hulp. Jongeren hebben daar minder moeite mee. Onder 18- tot 25-jarigen doet slechts 5 procent geen beroep op anderen bij geldnood. Het CBS constateert dat hoger opgeleiden een groter sociaal netwerk hebben dan laagopgeleiden. Zo kan driekwart van de hoogopgeleiden een beroep doen op vrienden om persoonlijke problemen te bespreken. Bij laagopgeleiden ligt dat percentage op 41.

Mantelzorg niet vanzelfsprekend 
Het is maar de vraag of de overheid succes kan boeken bij het stimuleren van mantelzorg. Vier op de tien relaties tussen ouders en volwassen kinderen zijn niet harmonieus. Van de broers en zussen heeft de helft weinig, slecht of geen contact. Als bloedverwanten elkaar al de helpende hand toesteken, bij ziekte of werkloosheid, neemt het aantal onderlinge conflicten vaak toe. Dat schrijft onderzoeker en socioloog Martijn van Hogerbrugge - op basis van een analyse van de familiebanden in Nederland - in Demos, het blad van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI). De kern van het betoog van Hogerbrugge is dat familiebanden in beton lijken gegoten. Is het contact afstandelijk, of conflictueus, of juist heel intiem? Dan is dat tien jaar later doorgaans nog zo. De flexibiliteit om het contact op te schroeven als een zus of vader hulpbehoevend wordt, is er vaak niet. Daarvoor zijn de patronen van contact te diep ingesleten.

De zorgen van Hogerbrugge worden gedeeld door Theo van Tilburg, sociaal gerontoloog aan de VU, niet betrokken bij de studie en eveneens gespecialiseerd in familiebanden. 'De overheid overschat de mogelijkheden', zegt Van Tilburg.Volgens Van Tilburg maken de meeste families geen goede afspraken over wie wat doet als papa of mama gebrekkig wordt. 'Meestal is het één familielid die alles doet tot hij - of liever gezegd - tot zij erbij neervalt.', aldus een artikel op Volkskrant.nl in januari 2016.

Kinderen staan niet te trappelen
Bijna de helft van de kinderen (45 procent) denkt hun ouders ook geen mantelzorg te kunnen bieden in de toekomst. De reisafstand is te groot, banen slokken teveel tijd op en/of het eigen gezinsleven krijgt voorrang. Een kleine groep (7 procent) wil hoe dan ook niet zorgen voor hun ouders. Dat blijkt uit een enquête onder ruim duizend Nederlanders, uitgevoerd door marketingbureau USP dat veelal onderzoek doet in opdracht van zorginstellingen. Van de ouderen denkt slechts 1 op de 5 dat er mensen in hun omgeving zijn die ze te zijner tijd een handje helpen. Van de ouderen die nu al ernstige gezondheidsklachten hebben, zegt de helft dat niemand hen mantelzorg wil of kan geven. Inmiddels springen commerciële bureautjes in het gat door plaatsvervangende mantelzorgers leveren.

Aanboren eigen netwerk komt niet van de grond
Het aanboren van het netwerk is een mooie gedachte maar in de praktijk komt er niet veel van terecht. Dit constateert branchevereniging Actiz in 2016 op basis van 308 observaties van (keukentafel)gesprekken thuis en 137 interviews met leden van wijkteams in zes Nederlandse steden. Het onderzoek laat verschillende oorzaken zien:
  • Eigen netwerk is overbelast.
  • Eigen netwerk ontbreekt of is zwak (veel mensen hebben niemand, zijn eenzaam).
  • Eigen netwerk heeft zelf of onderling problemen (ziek, ruzie, huiselijk geweld, schulden).
  • Eigen netwerk (kinderen e.d.) woont te ver of is niet flexibel of mobiel genoeg.
  • Cliënten accepteren de hulp of zorg van een onbekende niet snel (betrouwbaarheid, veiligheid, juiste match, persoonlijke klik).
Dat het extra aanboren van het eigen sociale netwerk lastig is, zien ook onderzoekers in het vierjarig onderzoeksproject 'de beloften van nabijheid' van de UvH en UvA. Een onderzoek naar de effecten van ‘de zorg dichtbij’ door de decentralisatie. Enkele eerste bevindingen: ‘Professionals worstelen met het afronden van de hulp omdat ze zoveel problemen tegenkomen.' en 'Het sociaal netwerk springt in de praktijk niet vaker bij dan eerst.’

Burenhulp blokkeert inzet professionele hulp
66 procent van de ouderen is bang dat vrijwillige burenhulp ten koste gaat van professionele zorg. Als in het ‘keukentafelgesprek’ blijkt dat de buren bijspringen, zou dat kunnen zorgen voor een afwijzing van professionele zorg, zo vrezen veel ouderen. Dat constateert Plus Magazine op basis van een enquête onder 1300 vijftigplussers in 2015. Bijna de helft (49 procent) van de ondervraagde vijftigplussers kan zich voorstellen in geval van nood de buren te helpen met zorgtaken. Wel vindt bijna iedereen (97 procent) belangrijk dat burenhulp een vrije keuze is. Het mag geen verplichting worden en mantelzorg voor de buren mag ook geen dagtaak of nachtwerk worden.

Burgerhulp niet vanzelfsprekend
Ook sociale hulp door 'burgerparticipatie' is niet zo vanzelfsprekend als het lijkt. 75 procent van de Nederlanders neemt aan dat familie, vrienden of buren komen helpen als ze hulpbehoevend zijn. In de praktijk krijgen slechts 40 procent van de mensen die langdurig in de lappenmand zitten die hulp. Onder de kwetsbare groep 75-plussers is dat beduidend minder. Dat blijkt uit het SCP-rapport 'De WMO in beweging' uit 2014. Lees mijn eerdere blog over burgerparticipatie.

Kwetsbaren vallen tussen wal en schip
40 procent van de Nederlanders kent minimaal één buurtbewoner waarvan zij vermoeden dat deze niet goed de hulp kan regelen die voor hem of haar nodig is. Dit blijkt uit een enquête onder ruim 1.000 Nederlanders, uitgevoerd door onderzoeksbureau Motivaction in opdracht van VUmc. Wie is er eigenlijk verantwoordelijk voor hulp aan de groep kwetsbaren die niet op familie en vrienden kan terugvallen? Dat is een van de vragen die de overheid/maatschappij nog moet oplossen.

Nog meer opvallende punten uit de online enquête van Motivaction, gehouden in september 2016 onder 1.026 Nederlanders tussen 18 en 80 jaar:
  • Stadsbewoners voelen minder betrokkenheid bij buurtbewoners en leveren minder vaak een actieve bijdrage aan hun buurt
  • De helft van de stadsbewoners kent iemand in de buurt waarvan ze denken dat deze niet in staat is zelf benodigde hulp te regelen
  • 1 op de 10 Nederlanders geeft aan inderdaad niet zelf te weten hoe ze hulp kunnen regelen als dat nodig is
  • Ruim 60% van de ondervraagden vindt dat de huisarts een oogje in het zeil moet houden
  • 68% van de Nederlandse biedt vaker dan eens per jaar hulp aan buurtgenoten die men goed kent. Bij onbekende buurtgenoten is dat veel minder: 39%.
  • Ruim 60% van de Nederlanders is het niet eens met het kabinet dat wil dat burgers meer eigen verantwoordelijkheid nemen en minder beroep doen op de overheid

Buurtparticipatie hangt sterk af van het inwonerprofiel
Burgerparticipatie (in Rotterdam) komt significant minder voor in buurten met de meeste lage inkomens en met een hoge mate van etnische diversiteit, dan in de meer gegoede buurten van de stad. Dit geldt voor drie belangrijke vormen van burgerparticipatie: vrijwilligerswerk, buurtparticipatie en mantelzorg.

Dat wijst onderzoek uit van de Erasmus Universiteit in 2015, gebaseerd op de Rotterdamse Sociale Index waarbij zo’n 15.000 Rotterdammers zijn betrokken, In het rijke Kralingen wordt meer vrijwilligerswerk verricht, zijn bewoners actiever in de buurt en wordt meer aan mantelzorg gedaan dan in de arme wijken van Rotterdam-Zuid, zoals de Afrikaanderwijk, Bloemhof en Feyenoord. En juist deze arme wijken, die veel sociale problemen kennen, zijn gebaat bij succesvolle burgerinitiatieven.

Nadere analyses wijzen uit dat verschillen tussen buurten vooral samenhangen met individuele kenmerken van bewoners. Hogeropgeleiden participeren meer dan laagopgeleiden, autochtonen meer dan allochtonen, huizenbezitters meer dan huurders en mensen met veel contact en binding met de buurt participeren meer dan mensen met weinig contact en binding. Deze mensen wonen vaak in de rijkere buurten.

Maar we zien ook dat burgers uit wijken met veel lage inkomens wel meer participeren dan je op grond van hun individuele profiel (veel laagopgeleiden, veel migranten, veel mensen die maar kort in de buurt wonen) zou verwachten. Er is nadrukkelijk sprake van burgerinitiatieven in arme wijken waarbij niet alleen de usual suspects zijn betrokken, maar ook jonge allochtone vrouwen en lager opgeleiden. En we zien ook dat er uitzonderingen zijn op de regel dat buurtinitiatieven in arme, diverse wijken achterblijven. Een bekend voorbeeld is de Rotterdamse wijk het Oude Westen, dat een rijke traditie kent van burgerparticipatie.

Cruciaal is dat het om laagdrempelige voorzieningen gaat waar bewoners kansen krijgen om zich te ontwikkelen. Soms vraagt dat om extra steun van de overheid en begeleiding door professionals en soms is dat helemaal niet nodig. Dat verschilt van buurt tot buurt zoals Rotterdam laat zien. Maar om groeiende ongelijkheden te voorkomen dient de aanwezigheid van voldoende publiek kapitaal in kwetsbare buurten een centraal aandachtspunt te zijn van het lokale sociale beleid.

Diversiteit in burgerparticipatie ontbreekt
Nog een aandachtspunt: alleen autochtone, goed opgeleide 45-plussers doen mee aan burgerbijeenkomsten over het reilen en zeilen van hun gemeente. Die gebrekkige variatie komt naar voren in rapportages over de G1000-bijeenkomsten, zo blijkt uit een schrijven van minister Plasterk (Binnenlandse zaken) in november 2015 aan de Kamer.

Ouderen kunnen hulpsites niet vinden
Dat was de kop van een krantenartikel in de Gelderlander begin oktober 2014. Uit een NPCF-onderzoek onder 20.000 Nederlanders blijkt dat het overgrote deel van de ouderen onbekend is met sites als wehelpen.nl of zorgvoorelkaar.nl waarop hulp wordt aangeboden of kan worden gevraagd. Ook blijkt dat veel meer mensen hulp aanbieden dan er hulp vragen. Mensen die de sites wel kennen, twijfelen geregeld over de veiligheid. Het onderzoek wijst ook uit dat wie hulp zoekt, best bereid is een kleine vergoeding (5 euro) te betalen. Maar veel mensen die hulp aanbieden, hoeven geen geld. Zij bieden zich als vrijwilliger aan. Vaak vragen mensen om gezelschap. Ook vervoer en boodschappenhulp zijn veel gevraagd. Onbekend maakt onbemind, ook bij burenhulpsites.

Ouderen kennen het WMO-loket niet  
Uit onderzoek van SCP (2015) blijkt dat 35 procent van de zelfstandig wonende volwassenen onbekend is met het WMO-loket waar men over het algemeen de zorg en ondersteuning moet aanvragen.

Senioren kiezen liever zélf, ook als het meer kost
Zelfstandigheid en vrije keuze zijn belangrijker dan geld. Dat is de opvallende conclusie uit onderzoek van ANBO (2016). Uit een peiling onder 895 leden blijkt dat de respondenten liever iets meer betalen en zelf kiezen, dan besparen en de keuze overlaten aan een ander. Zo verkiest 75 procent van de respondenten de vrije keuze voor een zorgverlener boven een goedkopere maandpremie. En 74 procent heeft liever een betaalde mantelzorger dan de inzet van vrienden en familie. In 2014 was dat nog 66 procent. Sowieso is eigen keuze erg belangrijk: maar liefst 82 procent van de respondenten verkiest zorg op maat boven ‘iedereen dezelfde zorg’.

De maakbare samenleving


Kortom, Nederlanders hebben grote twijfels over de participatiesamenleving. Een dikke meerderheid vindt dat de overheid haar eigen verantwoordelijkheden heeft en deze niet kan afschuiven op de burgers. Daarnaast zijn er grote groepen Nederlanders die op het gebied van participatie niet willen, weten en/of kunnen. Hoewel de ingezette koers logisch klinkt en min of meer noodzakelijk, laten dit soort onderzoeken en de praktijk van alle dag zien dat de participatiesamenleving minder maakbaar is dan gedacht. Een 'one size fits all'-aanpak lijkt sowieso gedoemd te mislukken. De aanhouder wint zullen we maar zeggen, ook in dit geval?