donderdag 27 augustus 2015

Groter groeien boek voor ondernemers

De BV Nederland smacht naar economische groei en ondernemers moeten daarvoor zorgen. Zij moeten zorgen voor meer bedrijvigheid, meer werkgelegenheid en meer welvaart. Maar dat is nog niet zo gemakkelijk. Ondernemer Kees de Jong schreef een boek over zijn ervaringen.
Groeien is moeilijk
Uit onderzoek blijkt dat meer dan 60 procent van de startende bedrijven de eerste vijf jaar niet overleeft. Vaak door een slechte voorbereiding. Van de bedrijven die de eerste jaren wel overleven heeft zo’n 90 procent minder dan 10 medewerkers in dienst.

De boodschap is helder: groeien is voor ondernemers een hele klus. Je krijgt met tal van uitdagingen en dilemma’s te maken: op het gebied van leiderschap en leiding geven, de strategie van het bedrijf, de bezetting en omgang met medewerkers, de keuze van samenwerkingspartners, omgaan met concurrentie, de financiering enzovoort. Daarover gaat het boek ‘Groter groeien’ van ondernemer Kees de Jong. Hij is al 25 jaar ondernemer en begon ooit samen met een compagnon vanuit de schoolbanken met Blauw Research, een marktonderzoeksbureau voor ICT-bedrijven. Hij wist het bedrijf succesvol uit te bouwen en te verkopen. Sindsdien is hij als initiator, ondernemer en investeerder betrokken bij startups en bedrijven in binnen- en buitenland. Over zijn ervaringen schreef De Jong een aantal jaren voor Het Financieel Dagblad. Die bijdragen zijn nu gebundeld in dit boek.

Praktisch en to the point
Op de een of andere manier vind ik het altijd een feest om een boek van een ‘echte’ ondernemer te lezen. Ze zijn in de regel vlot geschreven, praktisch, vaak met humor en drijven op een mix van torenhoge (groei)ambities, gezond boerenverstand, ondernemersslimheid, durven (dus ook risico’s nemen), vallen en opstaan en leren van de fouten die gemaakt zijn. Dat geldt ook voor dit boek.

De auteur schrijft vlot, praktisch, to the point, met zelfspot én met diepgang. Hij vertelt eerlijk over de vele valkuilen waar hijzelf als ondernemer is ingetuimeld. Ook dit boek maakt duidelijk: je kunt nergens zo veel van leren als van je eigen fouten. Boeiend is het om te lezen dat ondernemer De Jong erg leergierig is en voortdurend op zoek is naar persoonlijke ontwikkeling, informatie, kennis en adviezen van managementdenkers en succesvolle collega-ondernemers die hem voor zijn gegaan.

De auteur begint het boek stellig met dat een ondernemer móet groeien. In omvang, omzet, winst en personeel. Het gaat dus niet over het grote leger van zzp-ers, want dat zijn volgens de auteur geen ondernemers (en daar kan ik mij als zelfstandig adviseur zonder personeel wel iets bij voorstellen).

Voor eigen rekening en risico
Ondernemers ondernemen voor eigen rekening en risico en drijven een onderneming waarin naast de ondernemer zelf, ook anderen aan het werk zijn. Voor deze ondernemer is groei niet alleen goed, maar ook noodzakelijk, aldus de auteur. Groei zorgt namelijk voor een sterkere marktpositie, meer kansen om de prijs te bepalen, meer ontwikkelmogelijkheden voor ondernemer en medewerkers, schaalgroottevoordelen met meer marge, een betere uitgangspositie voor het aantrekken van talent en financiering, etc. Het boek staat boordevol lessen over hoe je dat kunt aanpakken, waar je op moet letten, waar de valkuilen zitten en waar de auteur zelf tegen aangelopen is

Groeilessen in zeven delen
De auteur heeft zijn ‘groeilessen’ verdeeld over zeven hoofdstukken: strategie, mensen, executie, sales-marketing, leiderschap, de ondernemer en groter groeien en Nederland. Op al die gebieden krijgt u interessante inzichten, ervaringen, voorbeelden en concrete tips voorgeschoteld. Zoals de eerste en belangrijkste les dat ondernemers het inzicht moeten krijgen dat wanneer het bedrijf groeit, zij vooral zichzelf moeten veranderen. Je moet je als ondernemer namelijk meerdere keren opnieuw (kunnen) uitvinden, want het maakt een groot verschil of je drie, dertig of laat staan meer dan driehonderd medewerkers moet aansturen.

Groter groeien is een boeiend en leerzaam ondernemers- en managementcollege in slechts één boek. Wat wil je nog meer? Het boek is een aanrader voor ondernemers en managers die willen groeien, zowel persoonlijk als zakelijk.


Deze recensie is ook gepubliceerd op Managementboek.nl. Het boek Groter groeien is te koop op Managementboek.nl.





woensdag 26 augustus 2015

E-Business voor online zakendoen

Inmiddels houdt vrijwel ieder bedrijf zich bezig met ‘e-business’. Ons sociale leven, het zakenleven en grote delen van de maatschappij komen tot stilstand als het internet er uit ligt. Over e-business is nu een actueel (studie)boek verschenen waarin alle relevante aspecten van ‘elektronisch zakendoen’ in samenhang worden beschreven.


Hoe het begon met internet
Toen in 1999 de klassieker ‘Internet Strategie’ van managementgoeroe Ben Tiggelaar verscheen was e-business nog braakliggend terrein. De eerste generatie statische websites had net zijn intrede gedaan en internetters van het eerste uur belde massaal in via trage modems en onbetrouwbare internetverbindingen. Studenten van nu kunnen zich daar niets bij voorstellen. Ruim vijftien jaar later zijn we 7x24 uur online actief via supersnelle breedbandverbindingen, speelt ons sociale leven voor een belangrijk deel af op sociale media en komen het zakenleven en de maatschappij tot stilstand als het internet er uit ligt.

Ieder bedrijf doet aan e-business
Inmiddels houdt vrijwel ieder bedrijf zich bezig met ‘e-business’. Want iedere organisatie, van klein tot groot, heeft wel ‘een of meer bedrijfsactiviteiten dat gebruik maakt van het internet en/of op IP-gebaseerde software’. Zie daar de definitie van e-business die de hoofdauteurs Marjolein Visser en Berend Sikkenga  in het boek gebruiken. We werven online klanten (e-marketing), verkopen via webshops en marktplaatsen (e-commerce), kopen online onze spullen en onderdelen in (e-procurement), sturen online het (gepersonaliseerde) productieproces aan (e-manufacturing), laten de online bestelde goederen thuisbezorgen (e-fulfilment), zorgen voor een goede klantenservice via websites, sociale media, telefoon, email en chat (e-service) en proberen via online technieken winstgevende relaties met klanten op te bouwen en te onderhouden (e-crm). En last but not least betrekken we klanten steeds vaker bij het bedrijf via cocreatie, crowdsourcing en communities.

E-busines is een allesomvattend begrip
Deze opsomming geeft al aan dat e-business een allesomvattend begrip is. Desondanks is het Visser en Sikkenga gelukt om samen met een aantal specialisten, een goed doortimmerd studieboek te schrijven over al deze onderwerpen. Regelmatig wordt de link gelegd naar breed geaccepteerde theorieën, bedrijfsconcepten en literatuur zodat het boek een stevige onderbouwing heeft. Zo wordt ook verwezen naar het boek ‘CRM in de praktijk’, wat mij als auteur van dit boek deugd doet. Het zal duidelijk zijn dat het boek de verschillende e-business onderwerpen vooral in de breedte behandelt en minder in de diepte. Over ieder onderwerp afzonderlijk valt namelijk wel een boek te schrijven, zoals Visser en Sikkenga eerder hebben gedaan met het Basisboek Online Marketing.

Doortimmerd studieboek
Het boek E-business omvat 350 pagina’s met acht hoofdstukken met de volgende titels: introductie in e-business, businessmodelinnovatie, klantenwerving (e-commerce), e-procurement, e-fulfilment en e-manufacturing, customer relationship management (e-CRM), managementinformatie en planning en organisatie. Ieder hoofdstuk bevat een inleiding, opsomming van leerdoelen, theoretisch kader en een beschrijving van deelaspecten met actuele trends en ontwikkelingen. De inhoud wordt verduidelijkt met figuren, afbeeldingen, modellen en tal van aansprekende praktijkvoorbeelden. Ieder hoofdstuk sluit af met een samenvatting, kernbegrippenlijst en vragen/casussen waarmee lezers hun kennis kunnen testen.

Online studie-omgeving
Zoals een goed studieboek betaamt is er een uitgebreide online omgeving beschikbaar voor studenten en docenten. Met toetsen voor tentamenvoorbereiding, begrippentrainer en -test, uitwerkingen, collegesheets en vragen voor docenten.

Actueel (studie)boek over e-business
E-business is een actueel (studie)boek waarin alle relevante aspecten van ‘elektronisch zakendoen’ in samenhang worden beschreven. Het boek richt zich vooral op studenten in het (hoger) onderwijs, maar is zeker ook geschikt voor iedereen die zich breed wil oriënteren op dit onderwerp.


Deze recensie is ook gepubliceerd op Managementboek.nl. Het boek is te koop op Managementboek.nl.





woensdag 19 augustus 2015

Invoering eHealth wil nog niet vlotten

eHealth biedt legio kansen om de zorg klantvriendelijker, sneller, beter en goedkoper te organiseren. De win-win-situaties liggen voor het opscheppen. Toch blijkt opnieuw dat de invoering van eHealth niet echt wil vlotten. Hoe komt dat en wat kunnen we daar aan doen?


Eerst een kleine terugblik en dan kijken we naar de actuele stand van zaken.

eHealth-monitor 2014: we zijn goed op weg
Volgens Nivel is Nederland goed op weg met eHealth. Ten opzichte van 2013 is er voor enkele eHealth-toepassingen een toename van beschikbaarheid of gebruik. Zo zeggen meer zorggebruikers dat ze online contact kunnen hebben met zorgverleners, zoals voor het maken van afspraken, aanvragen van herhaalrecepten of vragen stellen aan de dokter via e-mail. Nederlandse artsen maken in vergelijking met vorig jaar nog meer gebruik van elektronische dossiervoering. Voor patiënten en zorgverleners zijn de voordelen van sommige eHealth-toepassingen nog  onduidelijk. Maar echt grote verschuivingen ten opzichte van vorig jaar zijn er niet, aldus de onderzoekers. Bekijk de resultaten over 2014 in deze interactieve infographic.

eHealth-monitor 2014: belangrijkste obstakels
Ondanks de gunstige uitgangspositie ziet Nivel geen grootschalige inzet van eHealth over de hele linie. Sommige toepassingen, zoals elektronische dossiervoering bij artsen en teledermatologie zijn breed ingevoerd, maar veel andere kansrijke toepassingen blijven nog ver achter. Denk hierbij aan dossierinzage voor patiënten en het zelf online bijhouden door zorggebruikers van gezondheidsgegevens of gegevens over doktersbezoeken of behandelingen.

Nivel ziet 4 belangrijke obstakels:
1. eHealth op de werkvloer is nog niet altijd een kwestie van ‘plug and play’.
2. Procesinnovatie is vrijwel altijd noodzakelijk, maar ingewikkeld.
3. Zorggebruikers en zorgverleners ervaren bij sommige toepassingen onvoldoende meerwaarde.
4. Beoogde gebruikers zijn niet altijd bekend met de mogelijkheden.

Voor een succesvolle eHealth-toepassing is een goede balans nodig tussen de investering (in geld en tijdsinspanning) en het resultaat (betere zorg, gemak en financiële vergoeding). Bekijk en download de e-Health-monitor 2014.

VWS: focus op de mogelijkheden van mensen.
In de zomer van 2014 verscheen de brief ‘e-health en zorgverbetering’ van de Minister en staatssecretaris van VWS. Daarin schrijven ze:

"Wij willen dat mensen centraal staan in de zorg en dat zij zo veel mogelijk regie over hun eigen leven kunnen nemen. De zorg dient zich aan te passen aan mensen in plaats van mensen aan de zorg. Met het vervagen van de grenzen tussen cure en care willen wij dat mensen in staat worden gesteld om zo lang mogelijk actief te participeren in het arbeidsproces en zo lang mogelijk thuis te blijven wonen. Wij hebben vanuit het perspectief van deze mensen een aantal domeinen geselecteerd waarbinnen we de inzet van eHealth extra willen stimuleren, omdat wij verwachten dat de inzet van eHealth in die domeinen de kwaliteit van leven kan verhogen."

VWS: ambitieuze doelstellingen
Om deze inzet te onderstrepen hebben de minister en VWS de volgende ambities geformuleerd:

1. Binnen 5 jaar heeft 80% van de chronisch zieken direct toegang tot bepaalde medische gegevens, waaronder medicatie-informatie, vitale functies en testuitslagen, en kan deze desgewenst gebruiken in mobiele apps ofinternetapplicaties. Van de overige Nederlanders betreft dit 40%. Dit heeft tot
effect dat mensen bewuster zijn van hun eigen gezondheid en dat fouten in dossiers bij zorgverleners sneller gedetecteerd kunnen worden.

2. Van de chronisch zieken (diabetes, COPD) en kwetsbare ouderen kan 75%, die dit wil en hiertoe in staat is, binnen 5 jaar zelfstandig metingen uitvoeren, veelal in combinatie met gegevensmonitoring op afstand door de zorgverlener. Zij kunnen zo de voortgang van hun ziektebeeld volgen en krijgen door de regelmatige feedback inzicht in het effect van hun gedrag op hun ziekte. Dit zal het voor mensen makkelijker en aantrekkelijker maken trouw te zijn aan hun therapie.

3. Binnen vijf jaar heeft iedereen die zorg en ondersteuning thuis ontvangt de mogelijkheid om – desgewenst - via een beeldscherm 24 uur per dag met een zorgverlener te communiceren. Naast beeldschermzorg wordt hierbij ook domotica ingezet. Dit draagt eraan bij dat mensen langer veilig thuis kunnen wonen.

VWS: belemmeringen voor opschaling
In de brief worden, op basis van tal van onderzoeken, de volgende belemmeringen voor eHealth gezien:

1. FINANCIERING: Er zijn belemmeringen voor de zorgverlener om deze zorgvernieuwing gefinancierd te krijgen. Dit heeft zowel te maken met de bekostiging als de zorginkoop door zorgverzekeraars.

2. INFORMATIE-UITWISSELING: Er zijn belemmeringen in de informatieuitwisselingen. Er is behoefte aan (geaccepteerde) technische standaarden die zorgadministraties en apps onderling interoperabel te maken.

3. SAMENWERKING: Er is meer samenwerking nodig. Zorgaanbieders, zorgverzekeraars en ICT-leveranciers ontwikkelen nog te vaak hun eigen oplossing voor hetzelfde doel, omdat beschikbare kennis niet genoeg gedeeld wordt en omdat ze zich willen onderscheiden van hun concurrent.

4. VERTROUWEN: Het vertrouwen van zorgprofessionals en zorgaanbieders in eHealth is vaak nog laag. De cultuur bij deze partijen is soms nog erg gericht op het overnemen van zorg en het idee dat er altijd een professionele zorgverlener fysiek aanwezig dient te zijn. Daarnaast wordt de toepassing van technologie vaak als kil en afstandelijk gezien, terwijl bij het leveren van zorg compassie en persoonlijk contact als belangrijke waarden centraal staan. Hierdoor wordt de inzet van technologie eerder gezien als een bedreiging dan als een kans om de zorg te verbeteren. Het inzicht dat minder face-to-face contacten niet hoeft te betekenen dat de relatie met de patiënt afstandelijker wordt, zal moeten groeien.

5. ONBEKENDHEID: Het is voor mensen nog niet helder welke mogelijkheden er zijn op het gebied van eHealth en de betekenis hiervan in hun individuele situatie. Als deze mogelijkheden niet helder zijn kunnen zij hun zorgverleners niet stimuleren eHealth in de zorg in te zetten.

eHealth-monitor 2014: aanbevelingen voor versnellen van invoering
Nivel komt in zijn eHealth-monitor 2014 tot tot vijf aanbevelingen om de invoering eHealth te versnellen. De aanbevelingen uit 2013 worden door de resultaten van 2014 herbevestigd:
1. Maak zorggebruikers duidelijk wat er kan.
2. Geef online dossierinzage aan patiënten, om te beginnen in het medicatiedossier.
3. Versterk de informatie-uitwisseling.
4. Vergroot de eHealth-deskundigheid onder zorgverleners.

De belangrijkste nieuwe aanbeveling van Nivel is om krachtig te sturen op tastbare meerwaarde. De drie doelstellingen van de minister en VWs over inzage in het medische dossier, zelfmetingen en telemonitoring, en beeldschermzorg (hierboven) kunnen daarin richtinggevend zijn.

Vragen naar de bekende weg
Maar hoe is de situatie nu, 1 jaar later in 2015? Volgens mij is dat vragen naar de bekende weg, want wat kan er allemaal op dit weerbarstige terrein gebeuren in 1 jaar? Maar goed, laten we toch even kijken naar wat onderzoeksresultaten.

eHealth-monitor 2015 tussenrapport: invoering eHealth wil niet vlotten
Een (hernieuwde) nulmeting naar eHealth-gebruik in Nederland laat zien dat er nog een wereld te winnen is. De drie eHealth-doelstellingen van VWS zijn nog verre van bereikt. Dat blijkt uit het Tussenrapport eHealth-monitor 2015 van Nictiz en Nivel.

Doelstelling 1: Inzage medische gegevens
Ongeveer 10 procent van de chronisch zieken heeft in het afgelopen jaar inzage gehad in hun medische gegevens via internet bij een of meerdere zorgverleners. Van de chronisch zieken geeft 10-14 procent aan dat inzage via internet bij de huisarts mogelijk is, bij het ziekenhuis is dit 4-5 procent en bij de apotheek is dit 8 procent. Van de 10 procent die inzage hadden via internet, geeft het merendeel aan dat zij meer inzicht in en controle over de eigen situatie ervaren, het gemakkelijk vinden en zich hierdoor meer betrokken voelen bij de behandeling.

De ondervraagden geven ook aan dat zij niet goed op de hoogte zijn van alle inzagemogelijkheden in hun medische gegevens via het internet.

Doelstelling 2: Zelfmetingen en telemonitoring
Van alle chronisch zieken doet nu 40 procent aan zelfmetingen, van de kwetsbare ouderen 36 procent. Het gaat dan om waarden als gewicht, bloeddruk of bloedsuikerwaarde. Opvallend is dat 41-45 procent de meetgegevens niet registreert. Zonder historisch overzicht is het bijvoorbeeld moeilijker om patronen te ontdekken of inzicht te krijgen in therapietrouw of leefstijl.

Ongeveer de helft van de mensen met een chronische ziekte die zelf meten en vier op de tien kwetsbare ouderen die zelf meten, doen dit alleen voor zichzelf om te controleren of de meetwaarden binnen bepaalde grenzen blijven.

In de doelstelling staat beschreven dat zelfmetingen gepaard moeten gaan met gegevensmonitoring op afstand door de zorgverlener. Uit dit onderzoek blijkt dat bij 7 procent van de chronisch zieken die zelf meten en bij 13 procent van kwetsbare ouderen die zelf meten, de zorgverlener de gezondheidswaarden op afstand in de gaten houdt en contact opneemt als er iets mis is.

Metingen door patiënten zijn vaak onbruikbaar.
Zelfmeting alleen is niet voldoende. Artsen zijn namelijk onvoldoende in staat om klinische beslissingen te maken op basis van aangeleverde metingen door patiënten. Dat komt naar voren in een studie van het Amerikaanse ziekenhuis Mayo Clinic. Circa 45 procent van hun patiënten met hoge bloeddruk monitoren zichzelf thuis. Zij hebben de mogelijkheid om hun waarden te communiceren met artsen bij de Mayo Clinic. De informatie die patiënten sturen verschilt echter enorm in kwaliteit. Er wordt verkeerd, te veel of te weinig gemeten of er worden fouten gemaakt bij registratie en doorgeven. In slechts 12 procent van de gevallen waren artsen in staat om een klinische beslissing te maken op basis van de gegeven data. In alle andere gevallen was er extra actie nodig om alle benodigde gegevens boven tafel te krijgen. Bron: Zorgvisie.nl, augustus 2015.

Doelstelling 3: Beeldschermzorg
Deze meting laat zien dat 5 procent van de mensen die thuis zorg ontvangen via het beeldscherm contact kan maken met een zorgverlener. 18 procent geeft aan daar gebruik van te willen maken. Bijna de helft (45 procent) zegt geen gebruik te willen maken van beeldschermzorg. 'Waarschijnlijk speelt onbekendheid met de mogelijkheden een rol bij de vraag of men wel of niet gebruik zou willen maken van beeldschermzorg', vermoeden de onderzoekers. 'Uit eerder onderzoek blijkt dat mensen vaak geen idee hebben welke technologische toepassingen mogelijk zijn en hoe deze gebruikt zouden kunnen worden in de zorg thuis. Vanuit die optiek zou meer aandacht gewenst zijn voor de mogelijkheden van toepassingen zoals beeldschermzorg.'

Innovatie is toch alom aanwezig: Zorg Innovatie Thermometer 2014
Toch is innovatie alom aanwezig als je naar de resultaten kijkt van de Zorg Innovatie Thermometer 2014. Een onderzoek van Fluent Healthcare onder enkele duizenden medewerkers in de zorg over eHealth en innovatie. Deelnemers waren bestuurders, beleidsmedewerkers, managers en zorgprofessionals van ziekenhuizen, ZBC, GGZ, verpleging, verzorging, thuiszorg, gehandicaptenzorg en jeugdzorg. Het merendeel (87%) van de zorgprofessionals heeft te maken met innovaties in de directe omgeving. De GGZ komt naar voren als meest innovatieve sector; 93% geeft aan met innovaties en eHealth te maken te hebben.

Enkele uitkomsten en inzichten uit de Zorg Innovatie Thermometer 2014:
- In 2014 zijn er nog weinig procesaanpassingen in het werk bij innovaties. Wel zijn er verschuivingen in de werkzaamheden.
- Innovaties zijn nog niet geïntegreerd in het primaire proces. De VVT loopt hierin voorop, zij kennen de meeste procesaanpassingen en ervaren de meeste invloed van innovaties op werkplezier.
- Innovatie zorgt voor meer doelmatigheid en leidt niet zozeer tot meer kosten. Een grote uitdaging wordt gezien in de bekostiging, structurele financiering is vaak nog niet geregeld.
- De aansluiting op bestaande systemen is vooral bij de ziekenhuizen een grote uitdaging.
- Er is voldoende aanbod van innovaties en de techniek werkend krijgen is geen uitdaging. Het vervolgens opschalen van de innovaties is nog wel een uitdaging.
- De zorg innoveert, maar dit kenmerkt zich nog tot een behoorlijke technologie push.

Voordelen van eHealth kunnen enorm zijn
De invoering van eHealth staat hoog op de zorgagenda, want de voordelen en besparingen kunnen enorm zijn. Zo zou alleen al de inzet van Apps  in totaal een besparing van zo'n 400 miljoen kunnen opleveren, becijfert wetenschappelijk onderzoeksbureau NYFER in opdracht van zorgverzekeraar ONVZ.

Een belangrijke bevinding is dat met behulp van apps minder fysiek contact met zorgverleners nodig is. Als voorbeeld wijzen de onderzoekers dat het monitoren van hartpatiënten kan leiden tot 25 procent minder ziekenhuisopnames. Een ander punt waar de zorg met technologie aan effectiviteit kan winnen is consultatie en diagnose. Artsen blijken onderling nauwelijks gebruik te maken van technische hulpmiddelen om informatie uit te wisselen. Dat er zoveel voordeel te halen is, komt volgens onderzoekers omdat de productiviteit in de zorg niet is toegenomen en de kosten jaarlijks met drie procent stijgen.

De onderzoekers zien ook de nodige risico's aan het werken met eHealth, maar dat even terzijde. Verder is de overstap op eHealth niet snel te regelen. NYFER verwacht grote kosten met in het invoeren ervan. Dat komt niet alleen door de ontwikkeling van applicaties, beveiliging en het invoeren, maar ook doordat zorginstellingen dan anders moeten gaan werken.

Geen doel op zich: aanbod en bewustwording
De onderzoekers van Nivel benadrukken dat eHealth geen doel op zich is, maar (1) gezien moet worden als hulpmiddel waarmee mensen beter kunnen participeren in het zorgproces. De nulmeting laat zien dat het voor een verdere verspreiding van deze hulpmiddelen nodig is, dat het aanbod van toepassingen voor patiënten verder wordt versterkt. Ook is hiervoor nodig dat (2) patiënten zich veel meer bewust worden van de mogelijkheden van ICT en internet voor de zorg.

Twee voorbeelden van hoe dit er in de praktijk uit kan zien.

1. Zelfdiagnostiek voorkomt heropnames in ziekenhuis
Thuiszorgorganisatie Sensire en ziekenhuis Slingeland ontwikkelden samen met FocusCura de ThuismeetService. Chronische patiënten (COPD, harfalen) gebruiken hun iPad  met daaraan gekoppelde meetapparatuur en een slimme app, zodat ze direct in verbinding staan met het Medisch Service Center. Daar doen verpleegkundigen de triage, voeren zij zo nodig beeldgesprekken of wordt de thuiszorg gestuurd. Sensire-bestuurder Van Rixtel: "Met deze nieuwe manier van werken, kunnen we de zorgketen veel beter organiseren en zijn we in staat preventief in te grijpen. Zo voorkomen we tot 28 procent heropnames en reduceren we polibezoek met 26 procent in de proefgroep".

De patiënten zijn zeer enthousiast. Ze waarderen de dienst met een ruime 8 en maar liefst 88 procent van de patiënten met hartfalen beveelt de dienst aan anderen aan. Tegelijkertijd zegt 69 procent van de ondervraagden zich zelfstandiger te voelen en ervaart 44 procent minder klachten van hun ziektebeeld.

2. E-healtpoint informeert mensen
Medipoint heeft onlangs bij ZuidOostZorg in Drachten het eerste e-healthpoint van Nederland geopend: een fysieke plaats waar mensen informatie over e-health kunnen krijgen en producten kunnen uitproberen of bestellen. Om de e-healthpoints te realiseren heeft Medipoint een samenwerking met zorginnovatiebedrijf FocusCura gesloten.

Bij het e-healthpoint kunnen bezoekers kennismaken met nieuwe communicatietechnieken die in de (thuis)zorg kunnen worden ingezet. Daarbij zijn er legio mogelijkheden. Met apps voor de iPad kan op afstand contact kan worden gemaakt met de arts of verpleegkundige, tablets kunnen worden verbonden aan een weegschaal, bloeddruk- of hartslagmeter om vitale signalen door te geven en elektronische dispensers kunnen automatisch medicijnen aanreiken op het juiste tijdstip. Via de centrale iPad is er videocontact met een e-healthexpert van FocusCura mogelijk die voorlichting kan geven. De komende maanden moeten er door Nederland heen meer e-healthpoints komen, zo maakt initiatiefnemer Medipoint bekend.

Nog een lange weg te gaan
Kortom, hoewel er al heel veel gebeurt, is er nog een lange weg te gaan als gaat om eHealth. De wereld is helaas minder maakbaar dan velen misschien denken.

Bron: eHealth-Monitor 2014, VWS, Skipr.nl, Fluent Healthcare, Nu.nl.

PS:
Innovatie met meerwaarde is geen garantie voor succes
De helft van ondernemers in de medische technologie ondervindt moeilijkheden bij het vermarkten van nieuwe producten, zelfs wanneer deze innovaties duidelijk medische meerwaarde hebben voor patiënten. Dat blijkt uit onderzoek van het Radboudumc onder 34 van de 400 bedrijven in Nederland die zich bezighouden met de ontwikkeling van medische technologie.

Van de onderzochte bedrijven gaf bijna de helft aan problemen te hebben bij het krijgen van voldoende financiering voor de ontwikkeling van nieuwe technologie. Andere obstakels die in het Radboud-onderzoek worden genoemd zijn: weerstand onder medische professionals of inkoopafdelingen van ziekenhuizen. Ook blijkt het volgens Radboudumc moeilijk om de zorgverzekeraars te overtuigen om gebruik van een nieuw hulpmiddel te vergoeden. Daarnaast zeggen bedrijven hinder te ondervinden van alle wet- en regelgeving.

Door de opeenstapeling van problemen bereiken innovaties de patiënt maar mondjesmaat en blijven snelle doorbraken in de patiëntenzorg uit. “Het is eigenlijk raar dat innovaties met verbeterpotentie zo veel moeite hebben om bij de patiënt te komen”, zegt Richard van den Broek, directeur van het aan Radboudumc gelieerde MedValue (bron, Skipr.nl, juli 2015).

-------------------------///

Meer zorgmarketing
Lees meer over marketing in de zorg (zorgmarketing) op www.indora.nl






vrijdag 14 augustus 2015

Participatiemaatschappij is trekken en sleuren

De participatiemaatschappij is een blijvertje. De kranten staan er bol van en het onderwerp komt iedere avond wel een keer langs op tv. We krijgen er vroeg of laat allemaal mee te maken. Maar de omslag van de klassieke verzorgingsstaat naar een moderne participatiesamenleving gaat niet vanzelf.


Beter een goede buur dan een verre vriend
Vroeg of laat krijgen we allemaal te maken met de 'participatiemaatschappij'. Misschien heb je al iemand gesproken van het nieuwe wijkteam bij jou in de buurt, heeft een van je familieleden of bekenden kennisgemaakt met het fenomeen ‘keukentafelgesprek’, zorg je als 'mantelzorger' voor je ouders, heb je mensen met een arbeidsbeperking in dienst of help je met activiteiten in de buurt.

Onze oude vertrouwde verzorgingsstaat wordt snel ingewisseld voor een participatiemaatschappij. Vadertje Staat trekt zich terug en wil uit bezuinigingsoptiek alleen nog maar het hoogst noodzakelijke doen. Mensen moeten meer zelf doen en meer samen doen. Het spreekwoord 'beter een goede buur dan een verre vriend' wordt werkelijkheid. Nieuwe containerbegrippen als zelfregie, zelfredzaamheid en samenredzaamheid hebben hun intrede gedaan, maar moeten de komende jaren verder vorm en inhoud krijgen. Het gaat om invulling geven aan zaken als elkaar helpen, delen, lenen, ruilen, weggeven, hergebruiken en samendoen. De term 'deeleconomie' heeft zijn intrede gedaan om duidelijk te maken dat er iets 'nieuws' aan het ontstaan is.

Burenhulp komt terug in een nieuw jasje
Tal van organisaties, instellingen, bedrijven en ondernemers springen in dit 'gat van de markt' met nieuwe consumenten-initiatieven, platformen en websites op het gebied van zorg thuis, burenhulp, spullen verkrijgen, etc. De een wat idealistischer of commerciëler dan de ander. Van het aloude Verbeterdebuurt.nl tot het nieuwe WeHelpen.nl, Mijnbuurtje.nl, Spullendelen.nl en Thuisafgehaald.nl. Verder zijn er natuurlijk de bekende zorg- en welzijnsorganisaties, dorpsbelangen, buurtverenigingen, voedselbanken en organisaties als Leger De Heils en Oranje Fondds die hier op inspelen.

Burgerparticipatie is best lastig
We keren daarmee terug naar de tijd waarin burgers zelf het heft in handen namen om samen hun leefomgeving te verbeteren via de oprichting van boerencoöperaties, dorpsverenigingen, scholen, buurthuizen, woningbouwverenigingen en kruisverenigingen (voorloper van de thuiszorg). De overgang van de comfortabele verzorgingsstaat waarin de overheid alles regelt, naar een moderne maatschappij waarin burgers weer samen zelfredzaam zijn, is echter geen gemakkelijke opgave.

Niet willen
Veel Nederlanders hebben namelijk grote twijfels over de participatiesamenleving. Een ruime meerderheid (75 procent) vindt dat de overheid haar eigen verantwoordelijkheden heeft en deze niet kan afschuiven op de burgers. Dit blijkt uit het onderzoek ‘Solidariteit in Nederland’ van verzekeraar Achmea. Bijna iedereen vindt belangrijk dat burenhulp een vrije keuze is. Het mag geen verplichting worden en mantelzorg voor de buren mag ook geen dagtaak of nachtwerk worden.

Niet kunnen
Naast niet willen, is er ook niet kunnen. Zo blijkt uit onderzoek van Nivel dat één op de twee Nederlanders (50 procent) moeite heeft om zelf de regie te voeren over gezondheid, ziekte en zorg. Het ontbreekt vaak aan kennis, motivatie en zelfvertrouwen. Familie en buren zouden hier kunnen helpen. Burenhulp is echter niet zo vanzelfsprekend als het lijkt. 75 procent van de Nederlanders neemt aan dat familie, vrienden of buren komen helpen als ze hulpbehoevend zijn. In de praktijk krijgt slechts 40 procent van de mensen die langdurig in de lappenmand zit die hulp. Onder de kwetsbare groep 75-plussers is dat nog veel minder. Daarnaast is er een grote groep mensen die helemaal geen netwerk van familie of vrienden heeft. Dat blijkt uit het SCP-rapport 'De WMO in beweging' uit 2014. Hulp via een van de vele nieuwe burenhulpwebsites zou dan een oplossing kunnen zijn.

Niet weten
Inderdaad, zou kunnen, want uit onderzoek van NPCF onder 20.000 Nederlanders blijkt dat het overgrote deel van de ouderen onbekend is met sites als WeHelpen.nl of Zorgvoorelkaar.nl waarop hulp wordt aangeboden of kan worden gevraagd. Verder is er een grote groep burgers die geen computer, internet of sociale media heeft of daar niet goed mee overweg kan. Zij zijn niet ‘digitaal vaardig’ genoeg om mee te kunnen komen met alle nieuwe dingen. Ook blijkt dat veel meer mensen hulp aanbieden dan er hulp vragen. Een derde van de 65-plussers vraagt geen hulp terwijl ze dat wel goed kunnen gebruiken. Ook zijn veel ouderen bang dat vrijwillige burenhulp ten koste gaat van professionele zorg. Als in het ‘keukentafelgesprek’ blijkt dat de buren bijspringen, zou dat kunnen zorgen voor een afwijzing van professionele zorg, zo vrezen veel ouderen.

Senioren hebben weinig vertrouwen in mantelzorg
Bijna 40 procent van de ouderen zegt te verwachten dat er niemand in de directe omgeving is die hen kan helpen als de nood aan de man komt. Onder ouderen met (ernstige) gezondheidsbeperkingen, zegt zelfs 52 procent niemand in de omgeving te hebben die mantelzorg kan of wil geven. Dit blijkt uit onderzoek van USP Marketing Consultancy in 2015. Slechts 1 op de 5 ouderen denkt dat er mensen in de omgeving zijn die mantelzorg willen en kunnen geven. Opvallend is volgens USP dat hoe vitaler iemand zich voelt, des te hogere verwachtingen diegene koestert over het ontvangen van mantelzorg.  Kinderen worden over het algemeen gezien als de ideale mantelzorgers voor hun ouders. Slechts 7 procent zegt helemaal geen mantelzorg te willen verlenen aan ouders.  Bijna de helft van de kinderen zegt dat ze graag bereid zijn om te zorgen voor hun ouders als dit in de toekomst nodig zou zijn. Maar hoewel 45 procent van de kinderen wel wil, laten de omstandigheden het niet toe. Redenen hiervoor zijn onder meer de reisafstand tot de ouders, drukke banen en het managen van het eigen gezinsleven. Bron: Skipr.nl, augustus 2015.

Nieuwe initiatieven als aanjager
Kortom, de participatiemaatschappij komt niet vanzelf. Het is minder maakbaar dan gedacht en vooral veel 'trekken en sleuren'. Het kost veel inzet van alle partijen en zal zeker de nodige jaren duren. In het hele land worden zaken uitgeprobeerd om burgers er echt bij te betrekken.

Zo gingen in Amersfoort maatschappelijk werkers en vrijwilligers de buurt in, van deur tot deur, om mensen te informeren, te vragen en hulpvragers en hulpaanbieders direct aan elkaar te koppelen. Schiedam heeft het programma SchiedamsDoen. Burgers dienden 131 voorstellen in om samen de leefomgeving te verbeteren. Denk aan de invoering van een burgerkennisnetwerk, het maken van natuurspeelplaatsen en buurtoppas, buurtpreventie en huiswerkbegeleiding door vrijwilligers.

EindhovenDoet is iets vergelijkbaars. Het koppelt hulpvragers, vrijwilligers en bedrijven aan elkaar en wil zo iedereen laten meedoen in de Eindhovense samenleving. In Amsterdam heeft de vrijwilligersacademie de BurenBond opgericht. De BurenBond wil samen met vrijwilligers uit de hele wijk ‘buren’ gaan organiseren voor mensen die moeite hebben het dagelijks leven vorm te geven of geen sociaal netwerk hebben.

In mijn eigen wijk hebben we sinds kort Buurtkracht. Een initiatief van wijkbewoners waarmee een meldpunt voor hulpvragers en ontmoetingsplekken voor wijkbewoners, vrijwilligers en zorg- en welzijnsprofessionals worden gerealiseerd.

Dit soort initiatieven zijn er in alle soorten en maten, maar vaak onbekend voor het grote publiek. Lees mijn blog over 75 manieren om de buurt te helpen (burenhulpwebsites).

Klantgericht bouwen aan een wakkere stad
Om de omslag te kunnen maken naar een participatiesamenleving moeten we bouwen aan een 'wakkere stad met wakkere burgers'. Dat schrijven de auteurs Jan van Ginkel en Frans Verhaaren in hun zeer inspirerend boek ‘Werken aan de wakkere stad – Langzaam leiderschap naar gemeenschapskracht’.

Het gaat daarin niet over de ‘buitenkant’ met al die bestuurlijke veranderingen, wetten en regels, maar juist over de ‘binnenkant’. Over een nieuwe manier van samenwerken en samenleven tussen alle betrokken partijen zoals gemeenten, organisaties, bestuurders, managers, professionals én burgers. En dat vraagt veel tijd en inzet. Veel langer dan het korte termijn perspectief van het volgende beleidsplan of van de huidige gemeentebestuurder die hooguit vier jaar beslaat.

De vraag is welke bestuurders, directeuren, managers en professionals deze uitdaging vanuit een gemeenschappelijk lange termijn belang durven oppakken? Natuurlijk op basis van klantgerichte strategieën, want een ‘one size fits all’ aanpak is gedoemd te mislukken.



dinsdag 11 augustus 2015

Briljante businessmodellen in finance

De financiële sector ligt al jaren onder vuur. Tal van schandalen leidde tot een wereldwijde financiële en economische crisis. Het roer moet om. We moeten terug naar een situatie waarin maatschappelijk verantwoord bankieren en verzekeren de norm is. Briljante businessmodellen zijn de oplossing.


Briljante businessmodellen in finance
Het boek ‘Briljante businessmodellen in finance’ komt dan ook op een goed moment. De auteurs Jeroen Kemperman, Jeroen Geelhoed en Jennifer Op 't Hoog beschrijven in het boek – samen met een groot aantal coauteurs – 19 inspirerende cases van financiële dienstverleners die op hun eigen manier briljant waren, briljant zijn of briljant worden. Eerder schreven de auteurs al boeken over ‘Briljante businessmodellen’ en ‘Briljante businessmodellen in de zorg’. Dit nieuwe boek is daarvan een waardig opvolger.

Zes financiële basisbehoeften
De 19 cases van financiële dienstverleners met een ‘briljant businessmodel’ zijn onderverdeeld naar banken, verzekeraars en zes financiële basisbehoeften:
- Betaalverkeer om betrouwbaar onderling te kunnen handelen en ruilen;
- Retailbankieren om dagelijks geld op te nemen en betalen in de gemeenschap;
- Samen financieren om middelen te vinden om te kunnen ondernemen;
- Samen investeren om rendement te maken om morgen van te kunnen leven;
- Particuliere risico’s delen om tegenslagen te voorkomen, delen en repareren;
- Zakelijke risico’s delen om ook de grote tegenslagen te kunnen absorberen.

Verleden, heden en toekomst
De auteurs hebben ervoor gekozen om per thema een case uit het verleden, heden en de toekomst te beschrijven. Zo worden bij het thema ‘betaalverkeer’ cases beschreven van De Amsterdamse Wisselbank (verleden), Visa (heden) en GCash (toekomst). Wat mij betreft een briljante zet want we kunnen niet alleen veel leren van het verleden, maar sommige cases lezen als een spannende geschiedenisles, businessroman of jongensboek. Zo werd De Amsterdams(ch)e Wisselbank al in 1609 opgericht en is het de voorloper van de centrale bank zoals we die nu kennen. Ook toen was er al fraude, alleen ging men er anders mee om. Zo werd in 1673 de frauderende boekhouder Rutger Vlieck op de Dam tegenover het pand van zijn werkgever 'De Amsterdamse Wisselbank' onthoofd. Want zo was de opvatting in die tijd:  'Mede gezien het grote belang van het goede vertrouwen, werden zondaars hard en zichtbaar gestraft'.

Inspirerende praktijkcases
Zo passeren 19 interessante cases de revue. Van islamitisch bankieren door Mit Ghamr en  microfinanciering door Rakyat tot de slimme handelsbank Svenska  en de retailbank van de toekomst Umpqua Bank. En van de coöperatieve verzekeraars Centraal Beheer en Interpolis tot de persoonlijke bankier Google of crowdfunding via Kickstarter. De auteurs hebben zich er zeker niet gemakkelijk van af gemaakt. Wat in alle cases opvalt is de drive en inzet van de initiatiefnemers om de wereld een stukje beter, leuker en gemakkelijker te maken. De cases worden uitgebreid en volgens een vast format beschreven met onderwerpen als visie en positionering, marktsegmenten, waarde voor de klant, levering en operatie. De auteurs hebben hiervoor een eigen format en analysemodel ontwikkeld. Wellicht is het een idee om dit in de toekomst aan te laten sluiten op het breed geaccepteerde Business Model Generation van Alexander Osterwalder.

Theorie en praktijk
Briljante businessmodellen in finance is 395 pagina’s dik en bestaat uit twee delen. Deel 1 bestaat uit zo’n 70 pagina’s en beschrijft het theoretisch en conceptueel kader. Aan bod komen onderwerpen als disruptieve technologie en businessmodelinnovatie, de fundamenten van een briljant businessmodel en de aanpak voor waardecreatie. Deel 2 bestaat uit circa 300 pagina’s. Daarin komen de 19 cases uitgebreid aan bod. In het laatste hoofdstuk volgen de belangrijkste lessen voor het creëren van briljante businessmodellen in finance. Welke dat zijn, verklap ik niet. Daarvoor moet u het boek zelf gaan lezen! Je hoeft het boek niet in één ruk van voor naar achter uit te lezen. Het leent zich uitstekend om er al zappend en hink-stap-springend door heen te gaan.

Bedrijven zijn tijdelijk 'briljant' 
Wat dit boek ook duidelijk maakt, is dat organisaties met briljante businessmodellen niet het eeuwige leven hebben. Ze zijn gedurende kortere of langere tijd briljant in hun visie, uitvoering en toegevoegde waarde voor klanten, stakeholders én maatschappij. Verreweg de meeste organisaties weten die ‘briljantheid’ niet vast te houden. Men vergeet op tijd te vernieuwen, speelt te veel op zekerheid, wordt gemakzuchtig, verliest maatschappelijke relevantie of men vervalt in ‘greed is good’ gedrag.

Aanrader
Briljante businessmodellen in finance is een aanrader voor iedereen die geïnteresseerd is in management, organisatie en/of financiële dienstverlening. Meer informatie vind je ook op de bijbehorende website www.wikibusinessmodels.nl.


Deze recensie is ook gepubliceerd op Managementboek.nl. Het boek 'Briljante businessmodellen in finance' is te koop op Managementboek.nl.

PS:
Andere interessante nieuwe finance startups lees je in het artikel 'What Will Be the Uber of Insurance'.



woensdag 5 augustus 2015

Tien grote fouten in gedragsverandering

Marketing en communicatie draaien uiteindelijk om 1 ding: gedragsverandering. Je wilt dat klanten, patiënten en burgers doen wat jij graag wilt. Informatie aanvragen, product bestellen, gezonder leven, afval scheiden en wat al niet meer. Veel goede bedoelingen mislukken vanwege denkfouten als het om het gedragsbeïnvloeding gaat.


10 veel gemaakte fouten in  gedragsverandering
Het Standard University Persuasive Technology Lab doet veel onderzoek naar gedragsverandering. Zij zette 10 veel voorkomende fouten in programma's en campagnes voor gedragsverandering op een rij. Het doel van dit techlab is inzicht krijgen hoe je computerproducten zoals websites en smartphones het beste kan ontwerpen en inzetten om het denken en doen (gedrag) van mensen op positieve wijze te veranderen. Ze kijken vooral naar hoe ze slechte gewoonten op gezondheidsgebied kunnen veranderen door mobiele verleiding en de psychologie van social networks als Facebook.

Hieronder volgen de tien meest gemaakte (denk)fouten in een presentatie op een rij.

Presentatie:
   
Top 10 Mistakes in Behavior Change from Persuasive Technology Lab at Stanford  

10 Mistakes in Behavior Change:

1. Relying on willpower for long-term change. Implementations that require willpower alone such as asking participants to change their habits without reinforcement or reward—are destined to fail. imagine willpower doesn’t exist, the Stanford group advises. That’s Step #1 to a better future.

2. Attempting big leaps instead of baby steps. Pursue tiny successes, one after another. For example, instead of asking patients immediately to give up all carbs, start with pasta. Then move on to other foods over time.

3. Ignoring how environment shapes behaviors. Change your context and you change your life. Compliance is very different for someone who commutes every day to an office vs. someone who is homebound.

4. Trying to stop old behaviors instead of creating new ones. Focus on action, not avoidance. Instead of asking a patient to stop sitting around the house so much, create an incentive to walk in the neighborhood, perhaps to visit an entertainment or recreation center.

5. Blaming failures on lack of motivation. Make the behavior easier to do. It may be difficult for people to remember and act on every occasion when they should measure their blood sugar, for example. Use technology to remind them and ask for input.

6. Underestimating the power of triggers. No behavior happens without one. Instead of simply encouraging people to eat less, for instance, first explore the triggers that cause them to turn to food.

7. Believing that information leads to action. We humans aren’t so rational. Information only helps for those already motivated to act. Reward, pleasure and a sense of progress/achievement work better to prompt action.

8. Focusing on abstract goals more than concrete behaviors. Abstract: Get in shape. Behavior: Walk 15 minutes today.

9. Seeking to change behavior forever, not for a short time. A fixed period works better than forever. Create a program to increase walking distance and time over the next 10 days, or work out a 30-day diet. Then build on that progress.

10. Assuming that behavior change is difficult. It is not so.

Meer gedragsverandering
Lees ook mijn andere blog over gedragsverandering (op basis van triggers) en mijn blog over de lastige combinatie van innovatie en gedrag. 

Heb jij ervaring met programma's en campagnes gericht op gedragsverandering? Wat zijn jouw ervaringen? 




zondag 2 augustus 2015

Werken aan de wakkere stad – Het einde van ‘dikke ik’

We zitten in de omslag van een verzorgingsstaat naar een participatiemaatschappij. Mensen moeten meer zelf doen en meer samen doen. Vadertje Staat trekt zich terug en wil alleen nog maar het hoogst noodzakelijke doen. In het boek 'Werken aan de wakkere stad' lees je dat er een nieuwe manier van denken, organiseren en samenleven nodig is, om dit voor elkaar te krijgen.


Samenredzaamheid
Het spreekwoord 'beter een goede buur dan een verre vriend' wordt werkelijkheid. Nieuwe containerbegrippen als zelfregie, zelfredzaamheid en samenredzaamheid hebben hun intrede gedaan, maar moeten de komende jaren verder vorm en inhoud krijgen. Hard nodig want de overheid doet uit kostenoverwegingen steeds minder. Gemeenten worden verantwoordelijk voor de organisatie van jeugdzorg, werk en inkomen en ouderenzorg. Deze drie ‘decentralisaties’ leiden tot een hoop bestuurlijke drukte, nieuwe wet- en regelgeving, grote verschuivingen in taken en verantwoordelijkheden en flinke bezuinigingen. Veel gemeenten worstelen met de vraag, hoe dit aan te pakken?

Deeleconomie
Aan de andere kant nemen burgers en sociaal ondernemers steeds meer het heft zelf in handen. Nieuwe wijk- en burenhulpinitiatieven, samenwerkingsplatformen en online communities schieten als paddenstoelen uit de grond. Daarbij gaat het om zaken als elkaar helpen, delen, lenen, ruilen, weggeven en hergebruiken. De 'deeleconomie' heeft zijn intrede gedaan om duidelijk te maken dat er iets 'nieuws' aan het ontstaan is.

Samenwerken en samenleven
De transformatie van de klassieke verzorgingsstaat waarin de overheid alles regelt naar een moderne maatschappij waarin burgers weer samen zelfredzaam zijn, is geen gemakkelijke opgave. Dat schrijven de auteurs Jan van Ginkel en Frans Verhaaren in hun boek ‘Werken aan de wakkere stad – Langzaam leiderschap naar gemeenschapskracht’. Beide auteurs schrijven vanuit hun ruime ervaring met dit onderwerp. Van Ginkel als gemeentesecretaris en algemeen directeur van de gemeente Schiedam. Verhaaren als organisatieadviseur en betrokken bij de realisatie van vitale gemeenschappen (zoals in Peel en Maas) en nieuwe concepten als de zelflerende stad. Zoals de auteurs schrijven gaat hun boek niet over de ‘buitenkant’ met al die bestuurlijke veranderingen, maar juist over de ‘binnenkant’. Over een nieuwe manier van samenwerken en samenleven tussen alle betrokken partijen zoals gemeenten, organisaties, bestuurders, managers, professionals én burgers.

Gemeenschapskracht
Daarbij maken we de oversteek van individualistische burgerkracht naar vitale gemeenschapskracht. Een samenleving waarin de voordelen van individualisering samen gaan met de vele mogelijkheden van kleinschalige leefverbanden en netwerken. Daarmee keren we in meer of mindere mate terug naar de tijd waarin burgers zelf het heft in handen namen om samen hun leefomgeving te verbeteren via de oprichting van boerengemeenschappen, dorpsverenigingen, scholen, buurthuizen, woningbouwverenigingen, kruisverenigingen en talloze coöperaties.  

Nieuwe oplossingen voor nieuwe uitdagingen
De auteurs geven aan dat er één groot obstakel is om die omslag te kunnen maken. Namelijk dat de oplossingen van gisteren niet geschikt zijn voor de uitdagingen van vandaag en morgen. Bestuurders, managers en professionals moeten zich los maken van het systeem- en blauwdrukdenken en de neiging alles te willen regelen en te controleren. Burgers moeten op hun beurt hun individuele, ‘dikke ik’ consumentenhouding los laten en zich actiever opstellen als lid van de gemeenschap waarin wederkerigheid en gemeenschapskracht centraal staan.

Samenleving 4.0
De auteurs beschrijven op boeiende wijze de overgang van het leven in kleine leefgemeenschappen (samenleving 0.0) naar een gereguleerde vrije markt (samenleving 3.0). Waarbij we nu in vrijwel alle sectoren spreken over markten en klanten en waarin zelforganiserende burgers veranderden in passieve consumenten. Maar onze samenleving 3.0 loopt op zijn einde en samenleving 4.0 moet nog ontstaan. Die nieuwe samenleving, die gebaseerd is gemeenschapskracht, kent drie sferen die gelijktijdig zullen voorkomen. Als eerste de autoritaire (rode) overheid met zijn wetten, regels, belastingen, etc. Als tweede de regelgestuurde (blauwe) overheid met verordeningen, protocollen, voorschriften, inspecties, etc. Deze rode en blauwe sferen vormen samen het publieke domein. Maar er is ook een derde sfeer die steeds belangrijker wordt, namelijk de sfeer van de ‘communicatieve zelfsturing’ waar een ‘groene’ overheid’ met ‘groene’ dienstverlening kan opereren. Een leefwereld waarin de overheid partner is van de burger, naast hen staat en samen optrekt. Dit gaat veel verder dan de burgerparticipatie en cliëntparticipatie zoals we die nu kennen. Dat zijn slechts tussenschakels die de overgang van oud naar nieuw markeren, want bij deze vormen van participatie hebben gemeenten en professionals nog steeds de regie strak in handen.

Vierde orde denken 
De auteurs schetsen in hun boek een manier om naar die nieuwe samenleving te komen, die ze het ‘vierde orde denken’ noemen. Want met de eerste drie ordes van veranderen en vernieuwen komen we er volgens de auteurs niet. De eerste orde gaat over veranderen (‘de meubeltjes verzetten’). Dit zijn de acties die we dagelijks doen, op uitvoerend niveau en gericht op de korte tijd.  De tweede orde gaat over vernieuwen (‘de tent verbouwen’). Hier gaat het om acties op iets langere termijn, vaak via projecten en programma’s. De derde orde gaat over vernieuwen (‘naar een andere stek verhuizen’). Het gaat om acties gericht op de langere termijn via transformaties: niet alleen werkwijzen, structuren en regels veranderen, maar de hele entiteit verandert. Des te hoger de orde, des te meer het een ontdekkingstocht is en des te minder voorspelbaar het eindresultaat. Volgens de auteurs hebben deze bekende verandermethoden allemaal zo hun voordelen, maar zeker ook hun beperkingen als het om de eerder geschetste uitdaging gaat.

Samen in beweging
Vandaar dat auteurs een nog niet eerder gebruikt concept van vierde-orde-ontwikkeling introduceren: ‘Bij de vierde orde is er geen doel meer en ook geen weg meer, alleen bewustzijn van beweging. Die beweging ervaar je als een ogenschijnlijke chaos’, aldus de auteurs. In mijn eigen woorden samengevat breng je bij de vierde orde partijen samen en in beweging. Ieder vanuit zijn eigen kracht, en kijk je naar wat er gebeurt, hoe het zich ontwikkelt en hoe je spaarzaam met kleine gerichte  interventies de beweging gaande houdt en richting geeft. Geen dikke plannen, structuren, protocollen en regels, want dat werkt in tijden van turbulentie en chaos alleen maar contraproductief.

Langzaam leiderschap
Zo’n vierde orde ontwikkeling vraagt van alle betrokken organisaties en personen de nodige zelfarbeid. Want allerlei vanzelfsprekende uitgangspunten, aannames, handelingen, patronen en reflexen gaan niet meer op. We moeten onszelf samen opnieuw uitvinden. Daar hoort ook een nieuw soort leiderschap en management bij die de auteurs ‘langzaam leiderschap’ noemen. Het gaat in de toekomst niet meer om ego-leiderschap, eigen gewin en snel scoren. Leiders van de toekomst, voor zover er nog behoefte is aan ‘leiders’, werken voor en vooral ook vanuit de gemeenschap. Ze kunnen heel goed met de handen op de rug lopen en kunnen er heel vasthoudend opzitten.

Wakker maken
Belangrijkste taak van de leiders en managers van de toekomst is het ‘wakker maken van de gemeenschapskracht, van de  ontwikkeling; bij de ander, maar ook bij jezelf, door aan te sluiten bij die ander, in duiding, in sturing, in taal, in doen ’. Zie daar het einde van de kloof tussen gemeente, professional en burger, want dit alles smelt in een vierde orde ontwikkeling samen tot één geheel. Dat zal in de praktijk met vallen en opstaan gaan, in kleine stapjes, telkens weer een beetje beter. In navolging van Peter Senge die de term ‘lerende organisatie’ introduceerde, schrijven de auteurs over de ‘lerende stad’, over leren leren.  

Lange termijn perspectief   
Dit alles is gemakkelijker gezegd dan gedaan, als je de inhoud van het boek laat bezinken. Het opbouwen van een ‘groene leefwereld’ met een ‘groene overheid’ en een ‘wakkere stad’ met ‘wakkere burgers’ duurt vele (tientallen) jaren. Veel langer dan het korte termijn perspectief van het volgende beleidsplan of van de huidige gemeentebestuurder die hooguit vier jaar beslaat. De vraag is welke bestuurders, directeuren, managers en professionals deze uitdaging vanuit een gemeenschappelijk lange termijn belang durven oppakken?

Actueel en boeiend
Van Ginkel en Vanhaaren hebben een uiterst actueel en interessant boek geschreven. Ze beschrijven scherp en met de nodige diepgang en onderbouwing, de grote uitdaging waarvoor gemeenten, professionals en burgers staan. Met het vierde orde denken, introduceren ze een nieuwe zienswijze en een bruikbare denkrichting om daarmee aan de slag te gaan.

Werken aan de wakkere stad is een aanrader voor iedereen die werkzaam is op dit terrein of daarin geïnteresseerd is.

Deze recensie is ook gepubliceerd op Managementboek.nl. Het boek is te koop op Managementboek.nl.