woensdag 25 februari 2015

Geheim van een goed marketingidee

Het succes van marketing-, communicatie- en reclameconcepten hangt van veel factoren af. Maar er is één factor die cruciaal is, namelijk de kracht van het centrale 'idee'. Een goed idee is een idee dat 'plakt', waar je niet los van komt. Wat blijkt? Sticky Ideas zijn gebaseerd op zes principes.


Made to Stick
Dat is de mening van de broers Chip Heath (hoogleraar Stanford University) en Dan Heath (consultant). Zij hebben uitgebreid onderzoek gedaan naar het geheim van een 'goed idee'. Denk aan ideeën op het gebied van marketing, communicatie en reclame.

De resultaten hebben ze beschreven in het boek 'Made to Stick – Why Some Ideas Survive And Others Die'. In Nederland vertaalt in 'De Plakfactor'. Na analyse van honderden succesvolle en beklijvende ideeën zagen ze dat telkens 6 principes een rol speelden.

Principes van een goed idee
De 6 principes van een goed idee:
  1. Eenvoudig: kernachtig, compact, boodschap met zeggingskracht (less is more).
  2. Onverwacht: doorbreekt verwachtingspatronen, tart intuïtie, wekt belangstelling en nieuwsgierigheid op.
  3. Concreet: concreet geformuleerd, specifiek, beeldend, in termen van menselijk handelen (beeldspraak, metaforen).
  4. Geloofwaardig: geloofwaardig, toetsbaar en uit te proberen.
  5. Gevoel: speelt in op emoties, maakt het idee voelbaar.
  6. Verhaal: vertelt een inspirerend verhaal.
Deze zes principes zijn kort samengevat: een eenvoudig, onverwacht, geloofwaardig verhaal met gevoel. Verrassend genoeg vormen de eerste letters in het Engels het acroniem 'SUCCES' (Simple, Unexpected, Concrete, Credible, Emotional, Story). Niet geheel verrassend dat de laatste jaren er veel aandacht is voor contentmarketing, videomarketing, cocreatie en guerrillamarketing.

Vloek van kennis
De grootste vijand van een goed idee is volgens de onderzoekers 'De vloek van kennis' waardoor er veel te veel informatie en detailkennis in het idee 'gepropt'. Het idee verliest daardoor snel aan kracht en de kans op succes slinkt in rap tempo.

Sticky Checklist
Wil je dat een idee bij het publiek blijft hangen en nuttig is, dan moet je zorgen dat het publiek:
  1. Aandacht schenkt aan het idee (= onverwacht).
  2. Het idee begrijpt en onthoudt (= concreet).
  3. Het ermee eens is/erin gelooft (= geloofwaardig).
  4. Er iets om geeft (= met gevoel).
  5. Ernaar kan handelen (= met een verhaal).
De SUCCES checklist is daarmee een handig hulpmiddel om de communicatiekracht van het idee te toetsen.

Hoe goed scoren deze voorbeelden uit de praktijk? De parachuteduik uit de ruimte van Red Bull, het 'oude mannen' merk Old Spice in een sexy en viraal jasje, bedenk je eigen chipsmaak (Patatje Joppie) van Lays, de Ice Bucket Challenge, de Mitsubishi Carisma raamposteractie met Andre van Duin, de United Colors of Bennetton uitingen, The Blair Wicht Project, De KLM Surprise actie via sociale media, de 'Ik ben inmiddels overleden' campagne van Stichting ALS, de Even Apeldoorn bellen reclames van Centraal Beheer of de Oranje Babes van biermerk Bavaria of de 'drollen actie' van het Amsterdamse budgethotel Hans Brinker?

Is jouw idee voldoende onverwacht, concreet, geloofwaardig, met gevoel en met een verhaal? Zo ja, ga door. Zo nee, ga terug naar start en u krijgt geen twintigduizend euro.

PS:
Uit onderzoek blijkt ook dat goede ideeën cruciaal zijn voor het succesvolle innovaties. Des te beter het idee, des te groter het innovatiesucces. Maar hoe kom je aan goede ideeën? Het antwoord is simpel en tweeledig: (1) stel de juiste vragen en laat de ideeën beoordelen door consumenten. (2) Kijk naar de ‘klus’ die de klant wilt klaren. Want ‘people buy products to get jobs done’. Klanten willen geen boormachine en ook geen gat in de muur, maar ze willen de kamer opfleuren met nieuwe schilderijen. Welke klus wil jouw klant klaren en hoe kun je daarin slim innoveren?



vrijdag 20 februari 2015

Van Social Media naar Platform Economy

Het draait tegenwoordig om innoveren, concurreren, samenwerken en cocreatie. Toonaangevende bedrijven als Apple, Google, Facebook en Airbnb doen dit succesvol door de inzet van ‘platformen’. Vandaar dat steeds vaker gesproken wordt over de 'platform economy'.

Van sociale media naar platform economy
Bedrijven bundelen hun activiteiten op en met sociale media steeds meer in zogeheten 'platformen'. Deze ontwikkeling kun je bekijken in een mooie presentatie van de Nederlandse internetgoeroe en stadgenoot Marco Derksen van Upstream.  Daarin komen ook onderwerpen aan de orde als exponentiele groei, versnellende technologieën en disruptieve innovaties.



Ken jij meer van deze mooie presentaties, dan hoor ik het graag!



zondag 15 februari 2015

Management Mythes in organisaties

Bij het lezen van het boek ‘Management Mythes’ van organisatieduizendpoot Glenn van der Burg moest ik denken aan één van de vele bekende spreuken van Albert Einstein: “We cannot solve our problems with the same thinking we used when we created them”.


Werkt de organisatie nog?
Het boek draait om de centrale vraag ‘werkt de organisatie nog?’. Een goede vraag want tijden veranderen sneller dan ooit en bedrijven en instellingen moeten mee veranderen. Dat levert in de praktijk vaak problemen op, want veel oude managementoplossingen zijn ongeschikt voor de uitdagingen van vandaag en morgen. De meeste organisaties zijn ingericht op basis van ervaringen, veronderstellingen en overtuigingen die inmiddels verouderd en achterhaald zijn. En dat gaat wringen, aldus de schrijver. Zo blijkt uit onderzoek dat veel medewerkers weinig betrokken zijn bij hun werk, hebben ze nauwelijks een idee van de doelen van de organisatie en ervaren ze maar al te vaak een te hoge werkdruk. Het moet dus anders, maar hoe?

Vijf mythes in organisatieland
Van der Burg behandelt in zijn boek vijf ‘mythes’ en geeft inzichten, voorbeelden en ideeën om het anders aan te pakken. Na een inleidend hoofdstuk waarin enkele belangrijke ontwikkelingen worden geschetst, komen in vijf hoofdstukken de volgende mythes aan bod: management, motivatie, beheersing, specialisatie en vergaderen. Zoals de auteur aangeeft hadden het veel meer mythes kunnen zijn, want in de organisatiekunde én de dagelijkse werkpraktijk zijn ze alom aanwezig.

Volgens de Dikke van Dale betekent ‘mythe’ onder andere "gangbare, als onaantastbare beschouwde, maar ongegronde opvatting”. Even was ik in de veronderstelling dat Van der Burg de auteur Mathew Stewart achterna zou gaan. Die veegde in zijn bestseller ‘De Managementmythe’ uit 2009 de vloer aan met tal van managementtheorieën omdat ze niet wetenschappelijk onderbouwd zouden zijn, variërend van Frederick Taylor met ‘scientific management’ tot Michael Porter met ‘competitive strategy’. Dat blijkt niet het geval te zijn. Van der Burg wil vooral laten zien dat het anders kan en de lezer inspireren en helpen bij het verbeteren van de organisatie en het werkgeluk van collega’s.

Inspirerend zijn de praktijkvoorbeelden van Voys Telecom, Finext, Hoppenbrouwers en Effectory zeker. Deze bedrijven hebben ieder op hun eigen manier op vernieuwende wijze invulling geggeven aan zaken als het managen en motiveren van medewerkers en het organiseren van het werk. Zo nam het managementteam van Effectory naar eigen zeggen het ‘extreem moedige besluit om onszelf op te heffen’ en werken bij Hoppenbrouwers alle projectteams multidisciplinair, want ‘in een voetbalteam stel je toch ook niet alleen keepers op!”, aldus de directeur.

Weinig hiërarchie, zelforganisatie, teamwork, transparantie, zingeving, intrinsieke motivatie en klantgerichtheid vormen de rode draad. Daarnaast laten ook de bekende managementdenkers Ben Tiggelaar, Menno Lanting en Aart Bontekoning hun licht schijnen op verschillende aspecten. Aan het einde van iedere mythe vind je een aantal tips om mee aan de slag te gaan en verspreid door het boek staan korte oefeningen om het anders denken te stimuleren.

Voor de hand liggend recept
Het recept lijkt ook in dit boek voor de hand te liggen: minder managers en meer zelforganisatie. Een kleine nuance is hier misschien wel op zijn plaats. Zo worden veel problemen niet zozeer veroorzaakt door ‘management’ in algemene zin, maar m.i. vooral door de aanwezigheid van zoveel ‘slechte managers’.

Goede managers zijn hun geld dubbel en dwars waard, maar helaas zijn ze in de praktijk dun gezaaid. Dit aspect komt ook terug in het boek waarin de oprichter van Voys Telecom zelf concludeert dat hij een ‘vreselijk slechte manager, echt heel slecht’ is, en daarom op zoek ging naar een andere oplossing.

Ook de veel bejubelde ‘zelforganisatie’ werkt niet vanzelf. Dat bleek ook bij Effectory waar de teams in het begin stuurloos ronddobberde. Pas nadat de directie de koers duidelijk maakte en concrete prestatie-indicatoren had vastgesteld, ging het lopen. Er zal dus altijd iets van ‘management’ nodig zijn, de vraag is alleen hoe je dat bij jouw organisatie het beste kunt regelen.

Management Mythes is een niet al te dik boek dat vlot wegleest. Het is geen ‘how to do’ boek en het geeft geen concreet antwoord op de vraag ‘werkt de organisatie nog?’. Het boek biedt wel stof tot nadenken en bevat diverse inspirerende praktijkvoorbeelden om de organisatie opnieuw vorm te geven.


Deze recensie is ook gepubliceerd op Managementboek.nl. Het boek Management Mythes is te koop op Managementboek.nl.



woensdag 11 februari 2015

Loyaliteit draait om de relatie met de klant

Bedrijven investeren fors in loyaliteitsprogramma’s. Maar leiden die loyaliteitsprogramma’s ook daadwerkelijk tot een meer klantloyaliteit? En wat zijn de kenmerken van een succesvol loyaliteitsprogramma’s? Dit artikel levert een stukje van de loyaliteitspuzzel op.


Hoe werken loyaliteitsprogramma’s?
De Radboud Universiteit onderzocht al weer enige tijd geleden de werking van loyaliteitsprogramma’s. Men keek in het bijzonder naar Flying Blue, het loyaliteitsprogramma van KLM met maar liefst 17 miljoen leden. De onderzoekers keken specifiek naar de rol van ‘overstapkosten’ in het loyaler maken van klanten.

Lees hier mijn blog over de basiswerking van klantloyaliteit.

Overstapkosten voor klantenbinding
De onderzoekers onderkennen drie loyaliteitsbepalende factoren m.b.t. ‘overstapkosten’:
  1. Relationele overstapkosten (verlies van een goed gevoel, merkidentificatie).
  2. Financiële overstapkosten (verlies aan voordelen, punten, privileges).
  3. Procedurele overstapkosten (tijd en moeite om deel te nemen, te stoppen, over te stappen).  
Des te groter de overstapkosten, des te sterker de binding, des te sterker de (gekozen of afgedwongen) klantloyaliteit. De centrale onderzoeksvraag was: in hoeverre spelen relationele, financiële of procedurele overstapkosten een rol bij de werking van loyaliteitsprogramma’s en het loyaal maken van klanten?

De conclusies van de onderzoekers in het kort:
  • Loyaliteitsprogramma’s  leiden tot een hogere loyaliteit van de deelnemers, zowel houdingsloyaliteit als gedragsloyaliteit. Lees ook mijn eerdere blogs over klantloyaliteit.
  • Die hogere klantloyaliteit komt vooral doordat deelname aan het programma leidt tot hogere relationele overstapkosten (houdingsloyaliteit).
  • Daarnaast ook doordat het programma het gewenste gedrag beloont waardoor herhaalgedrag ontstaat (gedragsloyaliteit). Dit herhaalgedrag versterkt op zijn beurt weer de relationele overstapkosten (houdingsloyaliteit).
  • Financiële en procedurele overstapkosten blijken geen aantoonbaar effect te hebben op de loyaliteit van klanten.

De onderzoekers zeggen daarover: “Niet zozeer de ‘harde’ voordelen (zoals punten die je kunt sparen voor gratis cadeaus), maar vooral de ‘zachte’ aspecten (de band die je opbouwt met het bedrijf) van dit soort programma’s lijken overstapkosten op te werpen, die vervolgens resulteren in loyaliteit.”

Vertaald naar het voorbeeld van KLM: klanten ervaren als gevolg van hun deelname aan het loyaliteitsprogramma van KLM een sterkere band met de medewerkers van KLM en het bedrijf zelf. Dit leidt tot een grotere houdingsloyaliteit. Die grotere houdingsloyaliteit heeft vervolgens een grotere gedragsloyaliteit tot gevolg.

Bekijk de offciele video van KLM Flying Blue:


Kip of Ei
De onderzoekers geven wel een belangrijk aandachtspunt mee. Bij het bepalen van de effectiviteit van loyaliteitsprogramma’s speelt namelijk het zogenaamde zelfselectieprobleem een rol: juist klanten die al loyaal zijn, zullen sneller gaan deelnemen aan een loyaliteitsprogramma, omdat dit programma voor hen de meeste voordelen oplevert. Dit wordt ook wel tweezijdige causaliteit genoemd. De vraag is simpelweg: nemen loyale klanten deel aan een loyaliteitsprogramma of worden klanten loyaal doordat ze deelnemen aan een programma? Daar geeft dit onderzoek geen antwoord op. De onderzoekers sommen verder nog een aantal misten en maren op ten aanzien van het onderzoek zoals dat het een kleine steekproef betrof en beperkt tot slechts 1 branche.

Echte loyaliteit of schijnloyaliteit
Opvallend aan de onderzoeksresultaten is dat het KLM-loyaliteitsprogramma vooral de relationele aspecten versterkt. Vaak wordt aangenomen dat loyaliteitsprogramma’s vooral voordeelprogramma’s zijn die wel invloed hebben op het (koop)gedrag van de klant, maar nauwelijks bijdragen aan een sterkere emotionele band met de klant. Dit onderzoek suggereert het tegendeel.

Want met alleen een rationele band met de klant ben je er niet. Het gevaar is namelijk groot dat de klant naar de concurrent gaat zodra deze meer financiële en/of procedurele voordelen biedt. Hoeveel klantenkaarten heb jij in je portemonnee en welke gebruik je echt? Dit wordt schijnloyaliteit genoemd. Voor bedrijven is belangrijk om klanten te hebben die écht loyaal zijn, dus in houding én gedrag, zodat ze niet bij het minste of geringste overstappen naar de concurrent.

Houdingsloyaliteit en gedragsloyaliteit
Loyaliteitsprogramma’s moeten zich dus vooral richten op het opbouwen van een relatie met de klant, zo adviseren de onderzoekers. Hierdoor worden de relationele overstapkosten verhoogd en nemen de houdingsloyaliteit, en ook de gedragsloyaliteit, toe.

Geef klanten dus het gevoel dat ze speciaal zijn voor jouw bedrijf en dat je ze kent, bijvoorbeeld door klanten voor hun verjaardag een speciale op de klant afgestemde aanbieding te doen (lees mijn blog hierover) of ze een kleine attentie te geven, door ze aan boord van een vliegtuig of van tevoren bij het inchecken een speciale behandeling te geven, of, in een andere branche zoals mode, door klanten uit te nodigen voor speciale koopavonden alleen voor deelnemers aan het loyaliteitsprogramma. Lees mijn blog over het verrassen van klanten.

Kosten en baten
De onderzoekers geven nog een laatste tip mee: kijk niet alleen of loyaliteitsprogramma’s leiden tot loyalere klanten, maar ook of ze winstgevend (kunnen) zijn. De voordelen van meer loyale klanten zijn over het algemeen wel bekend, maar wegen deze voordelen wel op tegen de kosten van het programma? Veel loyaliteitsprogramma's zijn uiteindelijk geen succes omdat ze meer kosten dan ze opbrengen. Een gewaarschuwd mens telt voor twee.

Bron: Hoe beïnvloeden loyaliteitsprogramma’s klantloyaliteit? D. Hofenk, B. Hillebrand, M. Birgelen, M.  Bloemer, 2011, Jaarboek MarktOnderzoek Associatie 2011, pp. 133-148, Amsterdam : MOA, Center for Marketing Intelligence Research. 




vrijdag 6 februari 2015

Mythe van de kiezende mondige patiënt

De meeste patiënten zijn passief in hun keuze voor een ziekenhuis. Ze zijn vooral uit gewoonte en gemak loyaal aan het dichtstbijzijnde ziekenhuis. Slechts een kleine groep consumenten gaat actief op zoek naar het ‘beste’ ziekenhuis. Patienten zijn ook lang zo mondig niet als iedereen denkt.


Meer passieve dan actieve patiënten
Dat beeld komt naar voren in een onderzoek van Nivel. Voor het onderzoek zijn 141 poliklinische patiënten in drie ziekenhuizen geïnterviewd. Van deze patiënten bleken er 100 passief in de mate waarin ze kiezen, 23 semi-actief en slechts 18 actief.

Patiënten en keuzeproces verschillen 
Het keuzeproces is afhankelijk van verschillende factoren. De kiezende patiënt varieert van iemand die geen keuze heeft door zijn ziekteproces, tot de actieve ‘zorgconsument’ zoals beleidsmakers die voor ogen hebben.

Passieve patiënten vinden het niet belangrijk om actief een ziekenhuis te kiezen, omdat ze later alsnog van ziekenhuis kunnen wisselen, snel tevreden zijn, het vroeger niet de gewoonte was om zelf te kiezen of omdat ze erop vertrouwen dat hun huisarts het juiste ziekenhuis voor ze uitzoekt. Daarnaast zien ze ook geen kwaliteitsverschillen tussen ziekenhuizen die voor hun behandeling van belang zijn of vinden ze dat het zoeken te veel tijd kost.

Semi-actieve en actieve patiënten zien wél kwaliteitsverschillen en willen de beste zorg. Hun gezondheid is ‘het allerbelangrijkst’. Zij vinden een slechte reputatie van een ziekenhuis een reden om voor een ander te kiezen. Ook een operatie, verhuizing of de behoefte aan specialistische zorg zijn aanleidingen om niet zonder meer naar het voor de hand liggende ziekenhuis te gaan.

Dichtstbijzijnde ziekenhuis wint
Als het beste ziekenhuis te boek staan, betekent dus niet automatisch dat je daarmee de voorkeur hebt van patiënten. Het meest voor de hand liggende ziekenhuis geniet duidelijk de voorkeur, zo blijkt uit onderzoek. .

Onderzoeker Jany Rademakers van Nivel zegt daarover: “Het idee van de actief kiezende patiënt komt voort uit het marktdenken. Ons onderzoek toont aan dat de principes uit deze wereld niet altijd passen in de zorg. Toch waarderen veel patiënten het om vrij te kunnen kiezen voor ‘hun’ ziekenhuis’. Over het algemeen zijn patiënten loyaal naar het ziekenhuis in de buurt. Ze zijn tevreden en voelen geen enkele reden om over de keuze van een ziekenhuis na te denken. Of ze hebben het idee dat ze niet kunnen kiezen, doordat ze geen duidelijk keuzemoment hadden tijdens hun zorgtraject. Ze waarderen het dus wel om het recht en de mogelijkheid te hebben om zelf een zorgaanbieder te kiezen. Maar – als zo weinig patiënten actief kiezen – is het de vraag of keuzevrijheid kan werken als instrument om de zorg te verbeteren.”

Kwaliteitsinformatie
De grote inspanningen van VWS en zorgverzekeraars om de kwaliteit van zorg beter inzichtelijk te maken hebben dus maar weinig effect. Websites als KiesBeter en ZorgkaartNederland en de websites van de ziekenhuizen zelf, hebben blijkbaar maar weinig invloed, althans bij de grote groep passieve zorgconsumenten. Altijd handig om te weten bij het opstellen van je eigen zorgmarketingplan.

Mythe van de mondige klant
Naast de mythe van de kiezende klant, is er ook de mythe van de mondige klant. Zo blijkt uit onderzoek bij het NIVEL waarop Ligaya Butalid op 16 januari 2015 is gepromoveerd aan de Universiteit Utrecht. Zij onderzocht in 824 huisartsconsulten uit de dagelijkse praktijk – voor hoge bloeddruk, psychosociale problemen of lage rugpijn – hoe de communicatie tussen huisartsen en patiënten door de jaren is veranderd.

Uit het onderzoek blijkt dat huisartsen nog zoeken naar een juiste balans tussen evidence-based werken en persoonlijke zorg. Verder bleek dat patiënten minder mondig zijn dan vaak wordt aangenomen. Ligaya Butalid: “Patiënten blijven per definitie afhankelijk van de arts. Ze moeten daarom tijdens consulten voldoende ruimte krijgen om hun onzekerheid of angst te uiten. De huisarts moet niet alleen aandacht hebben voor de ziekte, maar vooral ook voor de zieke.” Lees ook mijn eerdere blog over 'Patient is nog niet lastig genoeg'.

Ken jij nog meer mythes in de gezondheidszorg, laat het weten!

Bron: Victoor, A., Rademakers, J. Waarom kiezen patiënten niet voor het “beste” ziekenhuis?
Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 159 (2015) A8164,. Zie ook Nivel.nl, 2014. En 'Changes in doctor-patient communication in general practice', Nivel.nl, 2015.

-------------------------///

Meer zorgmarketing
Lees meer over marketing in de zorg (zorgmarketing) op www.indora.nl





maandag 2 februari 2015

Contentmarketing en branding in zorg

Reclame is steeds minder effectief. Consumenten worden dagelijks blootgesteld aan duizenden reclameprikkels en zien door de bomen het bos niet meer. Dus zoeken bedrijven naar nieuwe manieren om hun organisatie, producten en diensten onder de aandacht te brengen. Een nieuwe marketingtechniek die steeds populairder wordt, is ‘contentmarketing’.


Wat is contentmarketing?
Contentmarketing komt in het kort neer op het maken, distribueren en publiceren van ‘content’ die voor de doelgroep relevant en waardevol is. Met behulp van contentmarketing kun je doelgericht werken aan naamsbekendheid en merkvoorkeur, aan de positionering als expert (thought leadership), het genereren van leads of het betrekken, boeien en binden van klanten.

Gezondheidszorg biedt kansen voor contentmarketing
Voor zorgorganisaties biedt contentmarketing grote kansen, want juist in de gezondheidszorg is de behoefte aan inhoudelijke informatie groot. Zorgorganisaties kunnen met behulp van ‘content’ op verschillende manieren inspelen op die informatiebehoefte. Denk aan ervaringsverhalen van ex-patiënten en lotgenoten, animatiefilmpjes voor cliënten en familieleden waarin het behandelproces wordt uitgelegd, video’s waarin de gastvrijheid van het woonzorgcentrum voelbaar wordt voor toekomstige bewoners en bezoekers, whitepapers voor huisartsen met nuttige achtergrondinformatie over ziektebeelden en behandelmethoden en handige infographics voor zorginkopers met cijfers over de kwaliteit, effectiviteit en maatschappelijke baten van zorg en preventie.

Succesvolle contentmarketing in de zorg
Maar het toepassen van contentmarketing betekent wel dat je uitgever wordt, aldus Richard van Berkel, auteur van het boek Succesvolle contentmarketing in de zorg. Van Berkel is werkzaam bij LVB Networks, een fullservicebureau voor contentmarketing. Van Berkel schrijft dat contentmarketing weliswaar relatief nieuw is, maar óók de slimme combinatie van bestaande gereedschappen en nieuwe technologie. Van Berkel heeft het boek geschreven voor marketeers en communicatiespecialisten die contentmarketing in de zorg willen gaan toepassen.

In 15 hoofdstukken passeren verschillende onderwerpen de revue. Van de introductie van  contentmarketing en het formuleren en meten van doelstellingen, tot het opstellen van een strategie, het bepalen van doelgroepen (ijkpersonen), het maken en distribueren van content en het organiseren van het contentmarketingproces. Over de hoofdstukken verspreid worden er 18 korte praktijkcases behandeld zoals het Watersportziekenhuis in Sneek, Rennbahnklinik (Zwitserland), United Healthcare (USA) en Fränkisch Gesund (Duitsland). Het boek geeft daarmee een aardig beeld van de vele toepassingsmogelijkheden van contentmarketing in de zorg.

Opvallend aan het boek is dat een heldere definitie van het begrip ‘contentmarketing’ ontbreekt. Ook stelt de auteur contentmarketing gelijk aan zorgmarketing, maar dat is te kort door de bocht. Contentmarketing is slechts een van de vele aspecten en marketingtechnieken binnen het zorgmarketinggebied. De relaties en samenhang tussen die verschillende marketingaspecten en technieken komen in het boek niet aan bod. Door de indeling en opmaak van het boek vind ik de ‘handleidingfunctie’ van het boek (het stappenplan) minder goed uit de verf komen.

Van Berkel heeft een goed leesbaar en niet te dik boek van 145 pagina’s geschreven over contentmarketing in de zorg. Waarbij theorie, tips en praktijkvoorbeelden elkaar afwisselen. Het boek raakt de belangrijkste aspecten en vormt daarmee een goede introductie voor lezers die niet vertrouwd zijn met het onderwerp en meer willen weten over contentmarketing in de zorg.


Het boek Succesvolle contentmanagement in de zorg is verkrijgbaar op Managementboek.nl